Meten, interpreteren en in bedrijf stellen
Eindterm 8.4 - Controleert belasting van het toestel
Hoort bij vraagblok 4 (4 examenvragen uit 3 eindtermen).
Samenvatting lesstof
De belasting van een gastoestel is de hoeveelheid energie die het toestel per tijdseenheid opneemt: het gasverbruik maal de calorische waarde (de energie-inhoud) van het gas.
Er zijn twee rekenmanieren:
- Bs: belasting op bovenwaarde;
- Bi: belasting op onderwaarde.
Dat verschil is belangrijk bij het typeplaatje. De belastingopgave Qn (Hi) op het typeplaatje gaat uit van de onderwaarde. Maar het Kleintje Gas, de NPR 3378-werkbladen en het Bbl rekenen met de bovenwaarde. Een gemeten Bs mag je dus niet zomaar naast een onderwaarde-opgave leggen; reken zo nodig om.
Het rendement bereken je zo:
rendement = vermogen / belasting x 100%
- vermogen (P) = wat het toestel nuttig levert, in kW
- belasting (B) = wat het toestel aan energie opneemt, in kW
Ook het rendement kan op boven- of onderwaarde worden uitgedrukt. Op onderwaarde kan het rendement van een HR-toestel door condensatiewinst boven de 100% uitkomen.
Microgames bij deze eindterm
Leerdoelen en oefenvragen
Testresultaten beoordelen; belasting van een toestel bepalen met de gasmeter en de 36-secondenregel en vergelijken met het typeplaatje.