Meten, interpreteren en in bedrijf stellen
Eindterm 8.7 - Stelt verschillende gassoorten in
Hoort bij vraagblok 4 (4 examenvragen uit 3 eindtermen).
Samenvatting lesstof
In Nederland komt laagcalorisch G-gas uit het net (vergelijkbaar met Gronings aardgas, referentiegas G25.3, ook wel K-gas). Toestellen kunnen daarnaast geschikt zijn voor hoogcalorisch H-gas (G20) en propaan (G31).
Of een toestel zonder aanpassing op een ander gas kan draaien, bepaalt de Wobbe-index:
Wobbe-index = calorische waarde / wortel(relatieve dichtheid)
- calorische waarde = de energie-inhoud van het gas (boven- of onderwaarde), in MJ/m3
- relatieve dichtheid = hoe zwaar het gas is ten opzichte van lucht (lucht = 1)
De Wobbe-index zegt hoeveel energie er bij een gegeven voordruk door de gasdoorlaat naar de brander stroomt. Twee gassen met dezelfde Wobbe-index geven op dezelfde brander bij dezelfde druk vrijwel dezelfde belasting.
De netbeheerder bewaakt de gaskwaliteit via de calorische waarde en de Wobbe-index. Voor Gronings aardgas: relatieve dichtheid 0,645 en Wobbe-index (bovenwaarde) 43,8 MJ/m3.
Heeft het geleverde gas een duidelijk andere Wobbe-index dan waarvoor het toestel is afgesteld, bijvoorbeeld bij overgang van G25.3 naar G20 of G31? Dan klopt de energietoevoer niet meer en moet het toestel worden omgesteld.
Leerdoelen en oefenvragen
De juiste acties kiezen bij het omstellen op een andere gassoort (Wobbe-index; ventilatortoerental; restrictie-ring gasblok).