Meten, interpreteren en in bedrijf stellen
Eindterm 8.3 - Voert metingen uit
Hoort bij vraagblok 4 (4 examenvragen uit 3 eindtermen).
Samenvatting lesstof
Elke meting begint met de juiste meter:
- Druk(verschil)meter: voor de voordruk, de branderdruk en de nuldruk van gas/luchtgestuurde toestellen.
- Rookgasmeter (rookgasanalyser): meet de rookgastemperatuur en het CO- en O2-gehalte. Het CO2-gehalte wordt daaruit berekend.
- Universeelmeter (multimeter): voor de ionisatiestroom en algemene elektrische metingen.
- Stopwatch: voor het bepalen van de belasting met de gasmeter.
- Gasdetector (LEL-meter): voor het opsporen van gaslekkage.
Elk instrument heeft een geldig kalibratiecertificaat en wordt volgens de fabrikant onderhouden. Meetcellen vervang je op tijd.
Houd ook rekening met de miswijzing (meetonzekerheid) van je meter. Voorbeeld: moet de ionisatiestroom groter zijn dan 8 uA, en heeft je meter een onzekerheid van 1 uA? Dan weet je pas bij een gemeten 9 uA zeker dat het goed zit.
Microgames bij deze eindterm
De Gereedschapskist
Kies de juiste meter per klus en beoordeel drukken en vlamstroom.
Nog niet gespeeld - speel voor brons, zilver of goudSpeel ▶MicrogameRookgasanalyse
Verken de verbrandingsgrafiek en leer meetwaarden duiden.
Scorekoppeling volgt nog voor deze gameSpeel ▶MicrogameBeoordeel de meting
Keur rookgasmetingen goed of af tegen de fabrikants- en tabelgrenzen.
Nog niet gespeeld - speel voor brons, zilver of goudSpeel ▶Leerdoelen en oefenvragen
Meter kiezen om een parameter te controleren (gasdruk, rookgasanalyse, multimeter).
Meetwaarde op gasdrukmeter beoordelen (branderdruk, gas/lucht, ionisatie).
Meetwaarde op rookgasanalyse beoordelen (omvat ook rookgasmeting uitvoeren, ULO 8.6).