Bij een onderhoudsbeurt maak je meer schoon dan alleen de brander. Je kijkt naar de hele installatie: de gasleiding, de rookgasafvoer, de luchttoevoer en de ruimte (zie figuur 9.1).
Je praat met de klant. Aan het eind zet je het toestel weer veilig aan en schrijf je op wat je hebt gedaan en gemeten. Dat rapport is jouw bewijs dat de installatie veilig was toen je wegging.
verse luchtrookgas.
Het voorschrift van de fabrikant gaat altijd voor.
NEN 3028 tabel 1a; BRL 6000-25 bijlage 3 en bijlage 4; Kleintje Gas §8.6.2 en §9.3.5.
Een toestel dat op tijd onderhoud krijgt, levert vier dingen op:
Veiligheid: minder kans op CO en op rookgas in huis.
Rendement: het toestel stookt zuinig, de klant betaalt minder voor gas.
Bedrijfszekerheid: minder storingen, geen koude douche in de winter.
Levensduur: het toestel gaat langer mee.
Deze vier punten noem je ook als de klant vraagt waarom hij voor onderhoud moet betalen.
Volg het onderhoudsvoorschrift van de fabrikant: dat van het toestel en dat van de rookgasafvoer. Is er geen voorschrift, bijvoorbeeld omdat het toestel heel oud is of de fabrikant niet meer bestaat? Dan loop je de controlepunten van bijlage 4 van de BRL 6000-25 na (zie 9.10), en krijgt het toestel minimaal een keer per 12 maanden onderhoud.
De gasinstallatie wordt ten minste een keer per 6 jaar op gasdichtheid gecontroleerd.
BRL 6000-25 §5.2.12; Kleintje Gas §8.6.1, §8.6.4 en §8.6.8.
De bewoner merkt dingen die jij niet ziet. Vragen naar klachten en opmerkingen over het gebruik van het toestel hoort daarom bij elke beurt.
1Hoe werkt het toestel? Valt het weleens uit of geeft het storingen? Wordt het water of het huis goed warm?
2Hoe voelen de bewoners zich?
Klachten door CO lijken op griep en verdwijnen buiten; ruik je bij binnenkomst een bedompte lucht of zie je veel vocht, dan meet je CO in de ruimte (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.5 en hoofdstuk 3, paragraaf 3.2).
3Is er iets veranderd in huis?
Denk aan een nieuwe afzuigkap of mechanische ventilatie, na-isolatie of nieuwe kozijnen (kieren zijn dan dicht), dichtgemaakte roosters of een verbouwing. Zo'n verandering kan de luchttoevoer van een open toestel slechter maken. Beoordeel dan opnieuw of de luchttoevoer genoeg is (zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.6 en 9.6).
Noteer ze in je onderhoudsrapport.
Gebruik ze bij je controle. Valt het toestel vaak uit, kijk dan extra goed naar de afvoer en de luchttoevoer. Grijpt de TTB vaak in, dan kan rookgas terugslaan.
Houd ze beschikbaar in het rapport (9.10).
Geen klachten betekent niet dat alles in orde is. Voor het werk meet je altijd CO in de opstellingsruimte.
BRL 6000-25 §5.2.6 en §5.3; Kleintje Gas §3.1.2, §3.1.4, §8.6.2, §8.6.4, §9.3.4 en §9.3.5.
Bij elke beurt bekijk je de gasleiding met de verbindingen van buiten. Let op beschadiging en slijtage, corrosie (roest op het oppervlak of putjes in het metaal), bescherming tegen stoten en corrosie, en juist materiaal dat goed is bevestigd en gebeugeld.
Zie je geen slijtage, beschadiging, corrosie, putjes of scheuren? Dan voldoet de leiding. Zie je wel aantasting, dan gelden deze grenzen:
hoogstens 30% van de wanddikte diep (bij metaal meer als er nog 1 mm of meer wand over is)
wand hoogstens 30% dunner (tenzij er nog 1 mm of meer over is)
putjes hoogstens 30% van de wanddikte en hoogstens 0,5 mm diep
niet toegestaan
Kruipruimte. Daar is het vochtig en slecht geventileerd, dus metalen leidingen roesten er. Leidingen van voor 1987 hebben vaak geen beschermende mantelbuis. Die controleer je regelmatig op dichtheid en met je ogen. Een lek in de kruipruimte merkt niemand op, tot het gas boven de vloer komt.
NEN 8078 §5.1.1; BRL 6000-25 §5.2.14 en bijlage 4; Kleintje Gas §8.4.1, §8.4.2 en §8.6.2.
Een bestaande leiding beproef je alleen op werkdruk.
Heb je de gastoevoer na de aansluitkraan losgenomen? Controleer dan na het werk de aansluitleiding met het gasblok. Het stappenplan staat in hoofdstuk 8, paragraaf 8.3.
NEN 8078 §5.2.2; BRL 6000-25 §5.2.14; Kleintje Gas §8.3.1, §8.3.3 en §8.6.2.
Hoe een afvoer goed gemonteerd wordt, heb je in hoofdstuk 5 geleerd. Bij onderhoud loop je dezelfde punten na als bij de visuele controle in hoofdstuk 5, paragraaf 5.9: beugels, afschot van 50 mm per meter, verbindingen niet geschroefd, gekit, gelijmd of geplakt, geen vreemde gaten, flexibele buis alleen verticaal, het juiste materiaal (nooit aluminium met RVS), storm- of schachtbeugel en de uitmonding (hoofdstuk 6), als je die eenvoudig kunt beoordelen. Daarbij kijk je of er geen lekkage is: geen sporen van rookgas of condensaat bij de verbindingen.
Een collega heeft deze afvoer vorig jaar aangepast. Tik alle plekken die niet in orde zijn. Tik daarna op Klaar.
Een oudere afvoer. Schroeven in de verbindingen of een wand dunner dan 90% van de oorspronkelijke dikte: dan moet de afvoer worden vervangen. Waar slijtage zich laat zien en wanneer je een afvoer niet meer vertrouwt, staat in hoofdstuk 5, paragraaf 5.8.
Doorgeroest of lekkend. Dan kan rookgas met CO de ruimte in komen. Een afvoer met lekkage is niet in orde: herstel hem volgens het voorschrift van de fabrikant van de afvoer. Komt er ontoelaatbaar veel CO vrij, dan stel je het toestel buiten bedrijf. Tape of kit is geen herstel, want verbindingen van de rookgasafvoer mogen niet worden geplakt of gekit.
Rookgaslekkage opsporen.
BRL 6000-25 §5.2.7, §5.2.10, §6.1 en bijlage 3; Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.1.7, §4.2.2, §4.4.2, §8.5.2, §8.6.2, §9.3.2 en §9.3.4.
De eisen aan de opstellingsruimte staan in hoofdstuk 4. Bij onderhoud loop je ze kort na zoals in hoofdstuk 4, paragraaf 4.8: de plaats van het toestel, brand (niets brandbaars binnen 0,5 m), de vrije ruimte, de temperatuur (onder 40 °C bij een solo-cv-toestel, onder 25 °C bij een combi- of tapwatertoestel; de temperatuurgrenzen staan in paragraaf 4.4) en de ventilatie: roosters zijn er en zijn niet dichtgestopt. Een B11 hoort niet in een woning met mechanische ventilatie; een afzuigkap of badkamerventilator mag naast een B11 alleen onder de voorwaarden van hoofdstuk 4, paragraaf 4.5, en als de luchttoevoertest (9.6) laat zien dat er geen rookgas terugstroomt.
Is de luchttoevoer van een open toestel dichtgemaakt? Leg de klant uit waarom die open moet. Is het toestel zo niet veilig, dan gaat het niet aan.
NEN 3028 §5.3, §6.1.2, §6.2, §6.3 en §6.5; BRL 6000-25 bijlage 3; Kleintje Gas §3.1.2, §3.1.3, §4.3.1, §8.6.2 en §9.3.5.
Sifon. De toestelsifon houdt rookgas tegen, een tweede sifon rioollucht (hoofdstuk 7, paragraaf 7.7). Controleer of beide gevuld en schoon zijn.
Beveiligingen. Kijk of een beveiliging is overbrugd of uitgeschakeld, zoals de TTB of een luchtdrukschakelaar. Dat is nooit toegestaan (hoofdstuk 1, paragraaf 1.10).
Andere toestellen. Kijk ook naar een gaskachel of geiser. Wijs de klant erop dat die ook onderhoud nodig hebben. Hangt de gasslang van het fornuis in hete rookgassen, of kan de oven hem verwarmen? Wijs op het gevaar.
Veiligheidsklep. Licht de veiligheidsklep van de cv-installatie om te zien of hij werkt. Kan dat niet, of is de kans groot dat hij daarna lekt? Dan is het verstandig hem elke 5 jaar te vervangen.
Kleintje Gas §4.2.3 en §8.6.2.
De signalen ken je uit hoofdstuk 2, paragraaf 2.6 en 2.7: een geel-oranje vlam, roest, corrosie of roet aan het toestel, bruine aanslag, beslagen ramen of muren en een toestel dat vaak uitvalt op de TTB. Zie je zo'n signaal, dan zoek je de oorzaak voordat je verder gaat.
Kun je niet alles bewijzen? Soms vind je geen fout, maar kun je ook niet aantonen dat alles goed is. Bijvoorbeeld: de afvoer loopt door een dichte schacht. Dan adviseer je een CO-melder en een nader onderzoek, bijvoorbeeld naar de afvoer. Staat er een open of afvoerloos toestel zonder CO-melder, dan adviseer je een melder in de ruimte van dat toestel (meer daarover in hoofdstuk 10, paragraaf 10.3).
BRL 6000-25 §5.2.15 en §5.3; Kleintje Gas §3.1.4 en §9.3.4.
Een brander heeft schone lucht nodig; krijgt hij te weinig, dan ontstaat CO (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.2 en 1.4).
Zuigt het toestel rookgas weer aan, dan heet dat recirculatie (zie figuur 9.2). De verbrandingslucht heeft dan minder zuurstof en bevat CO2. Oorzaken zijn een lek binnen een concentrische afvoer, of wind rond de uitmondingskap die een beetje rookgas mee naar binnen neemt.
Bij een open toestel komt de lucht uit de ruimte. Daar gaat het erom of er genoeg lucht binnenkomt en of het rookgas goed wegtrekt.
BRL 6000-25 §5.2.7; Kleintje Gas §2.2.2, §2.2.4, §8.6.6 en §9.3.5.
Je meet met een gekalibreerde rookgasmeter op de juiste gassoort (hoofdstuk 8, paragraaf 8.6). Alleen met een gekalibreerde meter mag je goed- of afkeuren.
Concentrisch systeem. Een lek in de binnenbuis zie je niet. Deze meting is daarom een vaste controle uit de BRL.
Parallel systeem. Lucht en rookgas lopen door twee aparte buizen. Voor dit systeem geeft de BRL geen aparte CO2-meting. Volg het voorschrift van de fabrikant. Een toestel kan een meetpunt op de luchttoevoer hebben om recirculatie te controleren.
O2 en CO. Je beoordeelt de meting op het CO2, maar noteert O2 en CO erbij. Schone buitenlucht heeft ongeveer 21% O2. Zie je minder O2 of wel CO, dan zit er rookgas in de verbrandingslucht. Zoek dan de oorzaak, net als bij te veel CO2. Stikstof meet je niet: je rookgasmeter heeft er geen sensor voor.
BRL 6000-25 §5.2.7, §5.2.10, §6.1 en §6.2.1; Kleintje Gas §2.2.2, §2.2.8, §8.5.2 en §8.6.6.
Voor het werk meet je CO in de ruimte (hoofdstuk 3, paragraaf 3.4). Meet je bij een open toestel 5 ppm of meer, dan controleer je ook:
De verdunning over de trekonderbreker. Zo zie je of de afvoer van een B11 goed werkt. Meet het CO2 in het rookgas voor de trekonderbreker (VATO) en na de trekonderbreker, met ramen, deuren en afsluitbare roosters dicht. Dan reken je:
verdunning = CO2 voor VATO / CO2 na VATO
Deze getallen zijn richtcijfers. Kijk daarnaast of er aanwijzingen zijn dat er regelmatig rookgas uit de B11 de woning in komt: bruine aanslag op wanden en plafond, vaak uitval op de TTB, of rookgas bij de VATO (koude spiegel of rookgasmeter). Controleer je de trek omdat de CO in de ruimte 5 ppm of meer was, dan geldt sowieso: eerst de oorzaak vinden en wegnemen, pas daarna gaat het toestel weer aan.
Rekenvoorbeeld: voor de VATO 6% CO2, na de VATO 2,5%. Verdunning = 6 / 2,5 = 2,4: goed. Na de VATO 4,5% geeft 6 / 4,5 = 1,3: kritisch.
BRL 6000-25 §5.2.4, §5.2.6 en §5.2.8; Kleintje Gas §9.3.4.
Je meet het CO2 bij een B11. Reken de verdunning uit (een cijfer achter de komma).
Twijfel je of de ruimte van een open toestel genoeg lucht krijgt? Doe dan een luchttoevoertest: je meet hoe ver het CO2 oploopt. De test bij een afvoerloze geiser (type A) staat in hoofdstuk 4, paragraaf 4.8: na 15 minuten branden meet je op 1,7 m hoogte en 1 m voor het toestel, en boven 1,5% CO2 is de luchttoevoer onvoldoende.
Voor elke luchttoevoertest geldt:
Figuur 9.4 De luchttoevoertest bij een B11 met twee metingen van het CO2 na de VATO. Mechanische ventilatie van de woning past niet bij een B11; rechts gaat het dus om bijvoorbeeld een afzuigkap of raamventilator (9.5).
De luchttoevoer is onvoldoende als de twee metingen meer dan 1% CO2 verschillen, als de hoogste meting meer dan 6% CO2 is, of als er bij een van de metingen rookgas uit de VATO lekt (zie figuur 9.4).
Arbeidsomstandighedenregeling bijlage XIII; NEN 3028 tabel 1a; Kleintje Gas §9.3.5.
Figuur 9.4: Getekend naar Kleintje Gas §9.3.5, afb. 9.5 en 9.6.
Een luchttoevoertest bij een B11 op aardgas. Kies je oordeel.
In bedrijf stellen en vrijgeven voor gebruik is een werkzaamheid onder de BRL. Jij bent er verantwoordelijk voor dat het toestel veilig is als je het aanzet.
1Visuele controle. Alles weer goed gemonteerd? Pakkingen van losgehaalde onderdelen vervangen? Mantel goed?
2Onderdelen. Alleen onderdelen die de fabrikant voorschrijft, of minstens gelijkwaardige (ook gereviseerde).
3Sifon gevuld. Vul de toestelsifon met water voordat je start. Zonder water in de sifon kan rookgas de opstellingsruimte in komen. Een kapotte sifon vervang je dus eerst.
4Gasdicht. Was een gasaansluiting los, dan test je die op lekkage (zie 9.3).
5Toestel aanzetten en de werking van toestel en regeling controleren volgens de fabrikant, ook de waterdruk. Twijfel je aan de belasting, controleer die dan met de 36-secondenregel (hoofdstuk 8, paragraaf 8.8).
6Rookgasmeting. CO onder de waarde van de fabrikant. Geeft de fabrikant geen waarde, dan hoogstens 50 ppm (type A), 200 ppm (type B) of 400 ppm (type C). Controleer ook O2 en stel zo nodig af (hoofdstuk 8, paragraaf 8.7).
7Luchttoevoermeting bij een concentrisch systeem (9.6).
8Afsluiten. Meetpunten dicht, afstelling zo nodig verzegelen, aansluitingen van afvoer en luchttoevoer dicht, volgens de fabrikant.
9CO in de ruimte na het werk. Het toestel gaat pas in bedrijf als de CO in de opstellingsruimte lager dan 5 ppm is en het toestel naar jouw vakkundig oordeel veilig is.
Dan stel je het toestel buiten bedrijf, informeer je de eigenaar en leg je vast waarom. Een toestel met te veel CO in de ruimte of in het rookgas toch in bedrijf stellen is een kritieke afwijking: een fout die tot een CO-gevaarlijke situatie leidt (hoofdstuk 3, paragraaf 3.6).
BRL 6000-25 §5.2, §5.2.6, §5.2.7, §5.2.9, §6.1, §6.3 en §11.1.1; Kleintje Gas §4.2.3, §8.1.5, §8.6.2 en §8.6.3.
Het werk is klaar. Lees wat je weet en kies.
Analyseer de storing met je ervaring en met de rookgasanalyse. Te veel CO in het rookgas kan volgens een fabrikant komen door een vervuilde brander, een fout aan de brander of rookgas dat wordt teruggezogen. In de storingstabel van de fabrikant staan per storingscode de mogelijke oorzaken en wat je controleert. Kom je er niet uit, overleg dan met de eigenaar over de vervolgstappen en adviseer zo nodig een nader onderzoek.
BRL 6000-25 §5.3.
Sticker op het toestel: gecontroleerd door, volgens BRL 6000-25, datum, volgend onderhoud voor (jaar of periode) en certificaatnummer.
Servicemelding van het toestel resetten als de fabrikant dat voorschrijft.
Afmelden. Je bedrijf meldt de inbedrijfstelling af bij de certificerende instelling: datum, toesteltype (A, B of C), wie het in bedrijf stelde en NAW-gegevens.
BRL 6000-25 §5.3.1 en §6.1.
Vertel de eigenaar na het werk hoe het toestel ervoor staat, met je meetwaarden.
Uw ketel is goed
zegt weinig.
Ik heb in de ruimte 0 ppm CO gemeten en het rookgas is in orde
zegt veel meer.
Veiligheid: de CO in de ruimte en in het rookgas, en of die binnen de grens vielen.
Prestaties: het rookgaszijdig rendement uit je rookgasanalyse laat zien hoe zuinig het toestel werkt.
Onderhoud: welk onderhoud de fabrikant voorschrijft en hoe vaak, voor toestel en afvoer. Ontbreekt het gebruiksvoorschrift van toestel of afvoer? Wijs de klant daarop.
CO-melder: advies zoals in 9.5 (meer in hoofdstuk 10, paragraaf 10.3).
Andere toestellen: hun onderhoud, en het gevaar van een fornuisslang in hete rookgassen.
Bij vervanging van een toestel: je kunt wijzen op de wettelijke plicht om de verwarming waterzijdig in te regelen.
Documenten: gebruiks- en onderhoudsinstructies en een kopie van het rapport. Leg uit hoe het toestel werkt en bediend wordt.
Te veel CO in de ruimte? Bij 5 tot en met 20 ppm licht je de opdrachtgever in. Boven 20 ppm meld je getrapt (hoofdstuk 3, paragraaf 3.7).
BRL 6000-25 §5.1, §5.2.6, §5.2.12, §5.2.15, §5.3 en §6.1; Kleintje Gas §2.2.7, §8.1.5 en §8.6.2.
Het voorschrift van de fabrikant gaat altijd voor.
BRL 6000-25 bijlage 1 en bijlage 4; Kleintje Gas §2.3.3, §3.1.4 en §8.6.2.
Van elke controle leg je vast wat je controleerde en aan welke eis, wie het deed en wanneer, met welk instrument, en de uitkomst. Vond je een afwijking, dan schrijf je ook op welke maatregel je nam (zie ook hoofdstuk 5, paragraaf 5.10 en hoofdstuk 8, paragraaf 8.9).
Bijlage 3 van de BRL zegt wat er in het opleverings- en beproevingsrapport staat, ook na onderhoud: algemeen, gasleiding, opstellingsruimte, rookgasafvoer en luchttoevoer, ingebruikstelling en afwijkingen (zie ook hoofdstuk 5, paragraaf 5.10).
Bijlage 4 van de BRL geeft de controlepunten voor onderhoud als de fabrikant geen voorschrift heeft. Daar staan ook de gebruikte meetinstrumenten, de onderhoudsfrequentie, metingen als CO, O2, gasverbruik en gasvoordruk, en onderdelen als warmtewisselaar, sifon en ventilator.
De bijlagen zijn een hulpmiddel. Wat je echt controleert, volgt uit je werk en de eisen in artikel 5.2 van de BRL.
BRL 6000-25 §5.3, §7.5.5, bijlage 3 en bijlage 4.
Dit voorbeeld is verzonnen: een gesloten combiketel met concentrische dakdoorvoer. Tussen haken staat waar het veld vandaan komt (B3 = bijlage 3, B4 = bijlage 4, of het artikel van de BRL). Een veld dat bij dit toestel of dit werk niet hoort, vul je in met "n.v.t." of laat je weg; wat je controleert volgt uit artikel 5.2.
Toelichting: dit is de controle na het losnemen van de gasaansluiting (9.3): beproeven op werkdruk, met de drukdaling in 3 minuten uit hoofdstuk 8, paragraaf 8.3 (bestaande leiding hoogstens 5 mbar). Het lekverlies van de hele leiding in dm3/h beoordeel je zoals in 9.3.
BRL 6000-25 §5.2.4 t/m §5.2.9, §5.2.12, §5.2.14, §5.2.15, §5.3, §5.3.1, bijlage 3 en bijlage 4; Kleintje Gas §8.3.3.
Welk toestel? Type A, B of C; concentrisch of parallel. Dat bepaalt de metingen en grenzen.
Is het nu veilig? CO in de ruimte (5 en 20 ppm), CO in het rookgas (fabrikant, anders 50, 200 of 400 ppm), bij concentrisch het CO2 in de luchttoevoer.
Wat zie je? Gasleiding, afvoer en luchttoevoer, ventilatie, ruimte, sifon, beveiligingen.
Wat zegt de klant? Klachten en veranderingen wijzen je de weg.
Wat is de regel? Eerst de fabrikant, dan de BRL.
Beslis: goedkeuren, herstellen of buiten bedrijf stellen.
Informeer en schrijf op.
Voorbeeld. Bij een open geiser met trekonderbreker (B11) hangt sinds kort een krachtige afzuigkap. stap 1, 4 Boven de geiser zit bruine aanslag. stap 3 Een afzuigkap naast een B11 mag alleen als de luchttoevoertest laat zien dat er geen rookgas terugstroomt. stap 5 De aanslag wijst erop dat er wel rookgas uit de geiser komt. stap 3 Je meet CO in de ruimte, controleert bij 5 ppm of meer onderdruk en trek, en doet de luchttoevoertest met de kap op de hoogste stand. stap 2 Valt die slecht uit, dan neem je de oorzaak weg of gaat de geiser buiten bedrijf. stap 6 Informeer de klant en schrijf het op. stap 7
BRL 6000-25 §5.2.4, §5.2.6 en §5.2.8; Kleintje Gas §3.1.2, §9.3.4 en §9.3.5.
Vijf vragen. Kies eerst zelf, dan zie je het antwoord met uitleg.
De onderhoudsbeurt, de luchttoevoermeting en de leidingen onder de ketel. De stof van dit hoofdstuk in drie korte games uit de app; een game duurt een paar minuten.