Een goed afgesteld toestel is nog steeds gevaarlijk als de afvoer lekt, losschiet of vol condenswater staat. Dan komt rookgas met CO in de woning. Daarom kijk je na elke montage de rookgasafvoer (RGA) en de luchttoevoer (LTV) na, van het toestel tot aan de doorvoer, en je legt vast wat je hebt gezien.
Waar de afvoer naar buiten komt (de uitmonding), lees je in hoofdstuk 6.
Bij een RGA heb je te maken met drie lagen regels:
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat is de wet, met onder andere de eisen aan de lekdichtheid van de afvoer.
Het installatievoorschrift van de toestelfabrikant. Daarin staat welk afvoermateriaal op dit toestel mag.
Het installatievoorschrift van de afvoerfabrikant. Daarin staat hoe je monteert en bevestigt, en welke diameter hoort bij de lengte en het toestel.
Volgens de BRL 6000-25 plaats je de RGA volgens alle drie: montage, afschot, beugels, verbindingen en lekdichtheid, bij concentrische en bij losse (parallelle) systemen. Werk je volgens de NPR 3378, dan voldoe je aan deze eis. Wat de BRL en de NPR zijn, staat in hoofdstuk 1, paragraaf 1.11.
Voor het beugelen gebruik je het beugelvoorschrift van de Rogafa (de branchevereniging van de fabrikanten van rookgasafvoeren), versie november 2024.
BRL 6000-25 §5.2.3 en §5.2.10; Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.1.7, §4.4.1 en §4.5.1.
De buis tussen het toestel en de doorvoer in de muur, het dak of de schacht heet de verbindingsleiding. Die zit helemaal in de ruimte waar het toestel staat, is hooguit 3,5 m lang en je kunt hem over de hele lengte zien.
Voor een gesloten toestel (type C) gelden extra regels:
Een luchttoevoerleiding heb je alleen bij een gesloten toestel (type C).
Kunststof afvoer moet je altijd beschermen en ventileren met een omkokering: een mantel om de afvoer heen, zoals de buitenbuis van een concentrische leiding of een geventileerde schacht. Alleen kunststof delen die in het zicht in de opstellingsruimte liggen, hoeven geen omkokering.
Rogafa-beugelvoorschrift concentrisch; Kleintje Gas §4.1.1, §4.1.3 en §4.1.5.
Figuur 5.1: getekend naar Kleintje Gas afb. 4.22; dwarsdoorsnede naar §4.1.1 en §4.1.5.
Het rookgas bepaalt welk afvoermateriaal je nodig hebt: de temperatuur, de druk (onderdruk of overdruk), of er condens ontstaat, de samenstelling van het rookgas en of er roet kan ontstaan.
Twee dingen vertellen je of het materiaal past. Het installatievoorschrift van het toestel zegt welke materialen mogen. De CE-codering op de buis zegt wat de buis kan hebben. Leg die twee naast elkaar. Ook de diameter volgt uit de voorschriften; een andere diameter dan het toestelvoorschrift noemt, alleen als de fabrikant dat toestaat. Elke rookgasafvoerleiding moet volgens de Europese regels voor bouwproducten een CE-markering hebben.
Gebruik alleen afvoer- en luchttoevoerleidingen met een keurmerk of met goedkeuring van de fabrikant, ook voor de aanzuigopening en de uitmonding.
Kleintje Gas §4.1.4, §4.1.7 en §4.4.2.
Op de buis of het etiket staat een rij letters en cijfers, bijvoorbeeld bij kunststof: EN 14471 T120 P1 W ... E
Tik een deel van de code. De uitleg verschijnt hier en in de tabel.
Op het etiket staan drukklasse en condensklasse vaak aan elkaar, zoals P1W of H1W.
Drukklasse. De wet stelt een strengere eis aan een afvoer met overdruk, want bij overdruk kan rookgas bij een lek de woning in komen.
Overige tekens zoals O50, LI en U0 hoef je niet te kennen. De minimale code staat in het toestelvoorschrift, bijvoorbeeld: CE, T120 of hoger, W, P1 of H1 en brandklasse E of beter. Een buis met T100, D of P2 mag dan niet.
Keurmerk naast CE. Soms staat er ook een Nederlands keurmerk op, zoals KOMO of Gastec QA. Bij materiaal met KOMO-keur moet de fabrikant beschrijven hoe je branddoorslag bij doorvoeren voorkomt. Onderdelen van verschillende fabrikanten mengen mag alleen in de gevallen uit paragraaf 5.4.
NPR 3378-41 §1; Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en enkelwandig metaal; Kleintje Gas §4.1.7, §4.4.1 en §9.3.1.
Het toestelvoorschrift van een HR-ketel (type C) vraagt minimaal:
Zes buizen. Kies per buis: past hij of niet?
Twee regels over metaal en corrosie:
Nooit aluminium en RVS samen in een afvoer. Aluminium is het minder edele metaal en wordt dan aangetast. Dus ook geen flexibele RVS-buis op een aluminium afvoer.
Een ketel met een aluminium warmtewisselaar op een afvoer van kunststof of RVS kan corrosie in de ketel geven. In een afvoer van kunststof of RVS blijft het terugstromende condens namelijk zuurder dan in een aluminium afvoer. De toestelfabrikant zegt of je dan een condensopvangstuk moet plaatsen. Dat is van RVS of kunststof, nooit van aluminium.
Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.2.2 en §4.4.2.
Geeft de toestelfabrikant geen voorschrift, dan moet de luchttoevoerleiding luchtdicht en sterk genoeg zijn, weinig weerstand hebben, passen op de luchtinlaat van het toestel, tegen de warmte van toestel en rookgasleiding kunnen en de brandwerendheid van een wand of plafond niet verminderen.
Metaal dat geschikt is als rookgasafvoer (RVS, aluminium), is ook geschikt als luchttoevoer. PE en PP mogen ook. PVC (zoals een regenpijp) is niet geschikt: het veroudert door warmte en is moeilijk luchtdicht te krijgen. Zo'n leiding moet vervangen worden.
De afstand uit schets 5.3c geldt als een kunststof luchttoevoer naast een metalen rookgasleiding loopt, en ook als ze samen in een schacht liggen.
Rogafa-beugelvoorschrift luchttoevoer en metaal in de schacht; Kleintje Gas §4.1.6.
Combineer in de aansluitleiding geen onderdelen van verschillende materialen of fabrikanten. De manier van koppelen verschilt per fabrikant. Uitzonderingen:
Bij concentrische systemen en bij de luchttoevoer is er geen uitzondering: daar meng je nooit.
Rogafa-beugelvoorschrift.
Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.2.2 en §4.4.2.
Een schroef in een verbinding geeft samen met vocht versnelde corrosie; bij metalen afvoeren heet dat galvanische corrosie.
Voor de luchttoevoer geldt: een metalen buitenbuis of metalen luchttoevoerbuis mag je schroeven of parkeren. Is die buis van kunststof, dan alleen op de plek die de fabrikant aangeeft en met de schroeven die hij voorschrijft. Gebruik alleen onderdelen met een afdichting, zodat de luchttoevoer gasdicht blijft.
Ook verboden: extra gaten die de fabrikant er niet zelf in heeft gemaakt, zoals eigen schroefgaten of zelf geboorde meetnippels. Je meet alleen op de meetpunten van de fabrikant. Een los CO-meetpunt van de toestel- of afvoerfabrikant monteer je volgens zijn voorschrift.
Vind je schroeven in de verbindingen van een rookgasafvoer, dan moet het afvoersysteem vervangen worden. Schroeven eruit halen en de gaten dichtplakken is geen oplossing.
BRL 6000-25 §5.2.2, §5.2.3, §5.2.10 en bijlage 3; Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.4.2 en §9.3.2.
Gaat de buis lastig in de mof? De afdichtring (lippenring) mag je insmeren met alleen:
Rogafa-beugelvoorschrift.
Ook in een afvoer van een niet-HR-toestel kan condens ontstaan. Dat water mag nergens blijven staan en de doorgang van het rookgas niet blokkeren. Daarom leg je liggende delen op afschot naar het toestel toe, minimaal 50 mm per meter (ongeveer 3 graden). Het condens loopt dan terug en wordt in of bij het toestel afgevoerd.
Nu 80 mm hoger: het condens loopt terug. Sleep lager en kijk wat er gebeurt.
Rekenvoorbeeld. Een liggend stuk afvoer is 1,6 m lang. Afschot = 1,6 × 50 mm = 80 mm. Het eind bij de muur ligt dus minstens 80 mm hoger dan het eind bij het toestel.
Een afvoer die waterpas ligt of van het toestel af loopt, is fout. Ook een doorgezakte buis tussen twee beugels geeft een plek waar water blijft staan.
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof; Kleintje Gas §4.1.2, §4.2.2 en §4.4.2.
Figuur 5.3: getekend naar Kleintje Gas afb. 4.3 en afb. 4.11.
Kunststof wordt langer als hij warm wordt. Daarom schuif je de kunststof buis in de mof en trek je hem daarna een stukje terug. 10 mm uitzetruimte is genoeg voor buizen tot en met 2 m. Ook dan blijft de insteek minimaal 40 mm.
Te stijf gebeugeld kunststof veroudert sneller door spanning. Zet ook de kap op de uitmonding goed vast, anders kan een uitzettende buis hem van zijn plaats duwen.
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof; Kleintje Gas §4.4.2 en §4.5.2.
Slecht beugelen geeft verbindingen die losschieten, buizen die doorzakken en een afschot dat niet meer klopt. Kunststof zet sterk uit, zodat een verbinding uit de mof kan "wandelen". Het grootste risico zit bij de laatste bocht van het liggende stuk.
De regels gelden voor een verbindingsleiding in de opstellingsruimte, in het zicht, op een toestel met ingebouwde ventilator. Heeft het systeem volgens de fabrikant trekvaste verbindingen, dan volg je de regels van die fabrikant. Gebruik de beugels van de fabrikant, stevig vast aan het gebouw; bij grote afstand tot de muur een verlengset van de fabrikant of een console, draadstangen zo kort mogelijk.
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.1.
Sommige regels gelden voor elke lucht- en rookgasleiding. Enkelwandige kunststof afvoer (starre buis Ø 50 tot en met Ø 110 mm, EN 14471, P1, W, tot 120 °C, elk onderdeel maximaal 2 m) krijgt daar extra regels bovenop. De losse luchttoevoer (kunststof, aluminium of RVS, Ø 50 tot en met Ø 200 mm) krijgt die niet.
Minstens 1 beugel; de eerste binnen 0,5 m leidinglengte vanaf het toestel
Elke bocht beugelen
Eerste bocht: buis ervoor en buis erna allebei korter dan 0,25 m
Elke verlengbuis beugelen
Liggend of schuin
Staand
Laatste element voor de doorvoer of schacht
Fixerend betekent: de beugel klemt de buis op de mof vast. Een schuifbeugel (niet-fixerend) ondersteunt de buis halverwege, zodat hij niet doorzakt, maar laat hem schuiven, zodat hij zonder spanning kan uitzetten.
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.2.
Figuur 5.4: getekend naar het Rogafa-beugelvoorschrift en Kleintje Gas afb. 4.14.
Enkelwandig aluminium of RVS (Ø 50 tot en met Ø 150 mm, tot 200 °C) en concentrisch (buitenbuis tot Ø 200 mm): elke bocht op of vlak bij de mof beugelen (met dezelfde uitzondering bij de eerste bocht), verder dezelfde afstanden als de luchttoevoer in de tabel (liggend en staand).
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig metaal en concentrisch; Kleintje Gas §4.5.2.
Figuur 5.5: getekend naar het Rogafa-beugelvoorschrift.
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.2.
Een gesloten ketel met losse kunststof afvoer en luchttoevoer naar de gevel (figuur 5.6):
Tik op de buis waar je een beugel wilt; tik nog eens om hem weg te halen.
Probeer eerst zelf. Op een mof wordt het een fixerende beugel, op de buis een schuifbeugel. Op de luchttoevoer is elke beugel groen. Zet er zoveel als jij nodig vindt.
Figuur 5.6 Uitgewerkt voorbeeld: kunststof afvoer en losse kunststof luchttoevoer naar de gevel. De nummers 1 tot en met 7 in de tekening horen bij de beugels hierboven.
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer.
Het voorbeeld van figuur 5.5 B: een gesloten ketel met losse kunststof afvoer en luchttoevoer naar de dakdoorvoer. Beide leidingen gaan 0,2 m omhoog naar een bocht van 45°; de lengtes van het schuine en het staande stuk staan in de tekening.
Tik op de buis waar je een beugel wilt; tik nog eens om hem weg te halen.
Probeer eerst zelf. Op een mof wordt het een fixerende beugel, op de buis een schuifbeugel. Op de luchttoevoer is elke beugel groen. Zet er zoveel als jij nodig vindt.
Oefening 5.6b Staand en schuin met twee bochten van 45°, zoals figuur 5.5 B. De nummers 1 tot en met 9 in de tekening horen bij de beugels hierboven.
Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.2.
Een doorvoer mag de brandwerendheid van een wand, plafond of dak niet verminderen, en een gat mag de constructie niet te veel verzwakken. Controleer bij een doorvoer:
aanraakbare delen van de afvoer worden niet heter dan 90 °C;
in het voorbeeld van een doorvoer door een houten vloer zit rondom de afvoer een spleet van minstens 50 mm, gevuld met steenwol;
geen gips rond de rookgasafvoer: boven 70 °C droogt gips uit en brokkelt het na een tijd af;
bij kunststof door een brandscheiding (bijvoorbeeld een woningscheidende wand of een schachtwand): een brandmanchet, en geen mof ter plaatse van de manchet;
de leiding is aan beide kanten van de doorvoer gebeugeld, op maximaal 0,5 m, en hangt niet door in de doorvoer.
Kleintje Gas §4.4.2, §4.7 en §4.7.2.
Het condens uit een HR-toestel gaat via een kunststof afvoer van minimaal 25 mm inwendig naar de binnenriolering:
Kunststof, minimaal 25 mm inwendig · afschot minimaal 50 mm per meter
Kleintje Gas §4.2.3.
Komt de afvoer uit een schacht (bijvoorbeeld in een appartement), controleer dan:
of de leidingen uit de schacht niet verstopt en niet beschadigd zijn, en op afschot naar het toestel liggen;
of duidelijk is welke stomp de rookgasafvoer is en welke de luchttoevoer. Markeer dat;
of de stompen na het plaatsen van brandmanchetten nog minstens 50 mm vrije insteek hebben;
of er een stormbeugel of een beugel aan de schachtwand zit.
In de schacht zelf (enkelwandig metaal) zit maximaal een verdiepingshoogte of 4 m tussen de beugels, bij de vloerdoorvoeren, als er maximaal 3 elementen in een verdiepingshoogte zitten. Zijn het er meer, dan maximaal 2 m. Verspringt de leiding in de schacht, beugel dan elke bocht, met maximaal 1 m ertussen.
Deze regels gelden voor een metalen afvoer en voor een luchttoevoer van metaal of kunststof in de schacht. Voor een kunststof afvoer in een schacht volg je de fabrikant.
BRL 6000-25 bijlage 3; Rogafa-beugelvoorschrift.
Een flexibele metalen buis, zoals flexibel RVS, is een voering: die is alleen bedoeld om een bestaand kanaal, een bestaande schoorsteen of een schacht te renoveren of aan te passen. Een flexibele verbindingsleiding tussen toestel en doorvoer valt buiten de productnorm voor deze buizen.
Hij heeft ribbels. Ligt hij plat, dan hangt hij door en blijft het zure condens in de ribbels staan. Daarom loopt een flexibele afvoer alleen verticaal: hooguit 45 graden uit het lood, en goed ondersteund. Liggend of doorhangend is fout.
NEN-EN 1856-2 Introduction en §1; NPR 3378-48 §9.1 en §9.2; Kleintje Gas §4.4.2.
Een voering is een nieuwe afvoerbuis in een bestaand afvoerkanaal of een bestaande schoorsteen. Een voering is nodig als:
Zo breng je een voering aan:
Bij sommige gesloten toestellen (type C93) komt de verse lucht door de ruimte tussen de voering en het oude kanaal; dat kanaal moet dan luchtdicht genoeg zijn.
NEN 2757-1 tabel 2; NPR 3378-48 §7.1, §9.1 en §9.2.
Komt er een nieuwe HR-ketel op een bestaand bouwkundig kanaal, dan maak je de afvoer op een van twee manieren geschikt voor het nieuwe toestel:
een voering door het kanaal, als er een voering met de juiste diameter in past; of
een complete nieuwe afvoer, als het kanaal te krap is voor een voering.
Een bijzonder geval is het shuntkanaal: een gemetseld gezamenlijk kanaal in flats uit 1955 tot 1970, met per woning een stukje kanaal van ongeveer 1,5 m dat uitkomt op het hoofdkanaal. Zonder bouwkundige aanpassing is het niet geschikt voor HR. Aanpassen is werk voor een gespecialiseerd bedrijf, en alle woningen op het kanaal moeten tegelijk worden aangepakt.
Ook oud: een open T-stuk in de afvoer (een opening onderin). Dat mag sinds 1987 niet meer.
NPR 3378-48 §7.1 en §7.3.2; Kleintje Gas §4.3.2 en §9.3.3.
Vervang je een afvoergebonden toestel, dan vervang je de rookgasafvoer tegelijk. Afvoer en toestel gaan allebei ongeveer 15 jaar mee. Daarna neemt de kans op lekkage toe: metaal corrodeert, kunststof wordt bros en afdichtringen worden hard.
Er is een uitzondering:
Sleep de leeftijd van de bestaande afvoer.
Is de afvoer niet ouder dan 5 jaar, dan mag hij blijven. Uiterlijk 10 jaar later moet de kwaliteit opnieuw gecontroleerd worden.
Verder laat je een afvoer alleen zitten als hij grondig is gecontroleerd en goed is: je verwacht dat hij nog minstens 15 jaar meegaat.
NPR 3378-48 §7.1; BRL 6000-25 §5.2.13; Kleintje Gas §9.3.1.
Is de afvoer nu goed, blijft hij goed zolang het nieuwe toestel meegaat, en past hij bij dat toestel? Controleer:
diameter groot genoeg, en bij een HR-toestel geschikt voor nat condens (W);
schoon, liggende delen op afschot naar het toestel, goed gebeugeld;
schroeven of parkers in de verbindingen? Dan vervangen;
geen mix van materialen of fabrikanten;
afdichtringen: haal een verbinding uit elkaar en kijk naar scheurtjes, uitdroging of brokkelen;
uitmonding op de goede plek (hoofdstuk 6, paragraaf 6.11) en wand nog dik genoeg.
Afkeuren en vervangen doe je als er ergens minder dan 90 % van de oorspronkelijke wanddikte over is. Aanwijzingen dat de afvoer slijt: putcorrosie (kleine putjes in het metaal) en slijtagepoeder van aluminium in de afvoer, vooral in bochten van liggend naar staand. Dan is de wand elders waarschijnlijk al dunner.
De wanddikte meten kan pas als je de afvoer losneemt.
Weet je niet zeker of de afvoer goed is, gebruik hem dan niet weer jaren.
Bij een eigen (individuele) afvoer lukt het zelden om 15 jaar aan te tonen; vervang die het liefst in zijn geheel, inclusief de uitmonding.
NPR 3378-48 §7.3.1; BRL 6000-25 §5.2.13; Kleintje Gas §9.3.1 en §9.3.2.
Na de montage controleer je met je ogen of ventilatie, rookgasafvoer, luchttoevoer en uitmonding qua plaats, maat en uitvoering kloppen met de eisen en het voorschrift van de fabrikant. Deze visuele controle doe je voordat je het toestel in bedrijf stelt (hoofdstuk 7, paragraaf 7.7).
Vind je een afwijking, dan leg je vast welke afwijking het is en welke maatregel je hebt genomen (paragraaf 5.10).
Je ziet geen fouten, maar je kunt niet aantonen dat alles klopt, bijvoorbeeld omdat een deel in een dichte schacht zit? Adviseer dan een CO-melder en nader onderzoek, bijvoorbeeld naar de kwaliteit van de rookgasafvoer.
BRL 6000-25 §5.3 en bijlage 3; Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.2.3, §4.7, §8.1.1, §8.1.3, §8.1.4 en §8.1.5.
Vijf plekken vragen om aandacht. Tik een plek aan en beoordeel hem.
Nog 5 plekken te keuren.
Tik op een van de vijf plekken in de tekening.
Al het werk aan toestel, rookgasafvoer en luchttoevoer wordt gecontroleerd. Wat je van elke controle vastlegt (wat, tegen welke eis, wie, wanneer, met welk instrument, de uitkomst en de afwijkingen), ken je uit hoofdstuk 3, paragraaf 3.8.
De controles moeten na te gaan zijn voor de certificerende instelling.
BRL 6000-25 §5.3.
Je vult een checklist of rapport in volgens het protocol van je bedrijf, de branchevereniging of de normbladen. De BRL geeft in bijlage 3 aan wat erin hoort, onder andere:
Locatie, gecertificeerd bedrijf, toestel met indeling A, B of C, wie in bedrijf heeft gesteld
Montage volgens fabrikant, luchttoevoer en luchtafvoer, onderdruk door ventilatie, rookgasafvoer, uitmonding, brandveiligheid, CO in de ruimte, trek bij B11
Verbindingen niet geplakt, gekit, gelijmd of geschroefd (behalve de luchttoevoer), stormbeugel of beugel aan de schachtwand, beugels en afschot, lekdichtheid, afvoer vervangen bij nieuw toestel, geen extra schroefgaten of meetnippels
Volgens fabrikant, branderdruk, CO en O2, gas/luchtverhouding, CO-melder geadviseerd ja/nee
Welke afwijking en welke maatregel
Die lijst is een hulpmiddel: wat uit je werk en de eisen in artikel 5.2 van de BRL volgt, controleer je ook als het er niet in staat.
Een kopie blijft bij de eigenaar of gebruiker; het rapport gaat naar je direct leidinggevende. Bij een nieuwe installatie krijgt de eigenaar ook tekeningen, handleidingen en de controlelijst voor onderhoud.
BRL 6000-25 §5.3 en bijlage 3; Kleintje Gas §8.1.1 en §8.1.5.
De verantwoordelijke vakbekwaam persoon (VP) plakt na het werk een ingevulde sticker op het toestel met minimaal de vijf velden hieronder.
BRL 6000-25 §5.3.1.
Code op de buis: CE, T-klasse, drukklasse (overdruk: H1, H2 of P1, niet P2) en W voor HR en VR. Geen PVC.
Niet mengen, nooit aluminium met RVS. Rookgasverbindingen niet schroeven, kitten of plakken; schroeven gevonden: afvoer vervangen.
Afschot minimaal 50 mm per meter naar het toestel, elke buis in de vorige, insteek minimaal 40 mm.
Beugels: altijd de eerste binnen 0,5 m, elke bocht en het laatste element voor de doorvoer. Kunststof afvoer: ook elke verlengbuis fixerend op de mof, schuifbeugel bij meer dan 1 m. Luchttoevoer, metaal en concentrisch: niet per buis, maar maximaal 1 m liggend en 2 m staand.
Doorvoer: maximaal 90 °C, geen gips, brandmanchet zonder mof, beugel aan beide kanten. Condens: 25 mm, twee sifons met onderbreking, niet in de dakgoot.
Flexibel RVS alleen als voering in een kanaal of schacht, verticaal. HR-ketel op een bestaand kanaal: voering of nieuwe afvoer.
Bij toestelvervanging de RGA ook vervangen, tenzij niet ouder dan 5 jaar of aantoonbaar nog 15 jaar goed. Leg elke controle vast en plak de sticker.
Vijf vragen. Kies eerst zelf, dan zie je het antwoord met uitleg.
Keur en bouw afvoeren: materiaal, beugels, afschot en het juiste onderdeel. De stof van dit hoofdstuk in drie korte games uit de app; een game duurt een paar minuten.