Terug naar de app Terug naar de app
PractiQ
CO-verlenging · Hoofdstuk 5
05 · Afvoer en toevoer

Rookgasafvoer en luchttoevoer controleren

Een goed afgesteld toestel is nog steeds gevaarlijk als de afvoer lekt, losschiet of vol condenswater staat. Dan komt rookgas met CO in de woning. Daarom kijk je na elke montage de rookgasafvoer (RGA) en de luchttoevoer (LTV) na, van het toestel tot aan de doorvoer, en je legt vast wat je hebt gezien.

Scroll om te beginnen
Doelen

Na dit hoofdstuk kun je:

  • aan de code op de buis zien of het afvoermateriaal past bij het toestel (T-klasse, drukklasse, W of D);
  • beoordelen of materiaal, verbindingen, afschot en beugels kloppen met het beugelvoorschrift (2024);
  • een doorvoer en een condensafvoer controleren;
  • zeggen wat er moet gebeuren met een bestaand kanaal of een bestaande afvoer als er een nieuw toestel komt;
  • een visuele controle doen, het rapport invullen en de sticker op het toestel aanbrengen.

Waar de afvoer naar buiten komt (de uitmonding), lees je in hoofdstuk 6.

5.1 Regels

Welke regels gelden er

Bij een RGA heb je te maken met drie lagen regels:

  1. De wet

    Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat is de wet, met onder andere de eisen aan de lekdichtheid van de afvoer.

  2. Welk materiaal mag

    Het installatievoorschrift van de toestelfabrikant. Daarin staat welk afvoermateriaal op dit toestel mag.

  3. Hoe je monteert

    Het installatievoorschrift van de afvoerfabrikant. Daarin staat hoe je monteert en bevestigt, en welke diameter hoort bij de lengte en het toestel.

Laag 2 en 3: je hebt ze allebei nodig.
Schets 5.1Drie lagen regels

Volgens de BRL 6000-25 plaats je de RGA volgens alle drie: montage, afschot, beugels, verbindingen en lekdichtheid, bij concentrische en bij losse (parallelle) systemen. Werk je volgens de NPR 3378, dan voldoe je aan deze eis. Wat de BRL en de NPR zijn, staat in hoofdstuk 1, paragraaf 1.11.

Voor het beugelen gebruik je het beugelvoorschrift van de Rogafa (de branchevereniging van de fabrikanten van rookgasafvoeren), versie november 2024.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.3 en §5.2.10; Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.1.7, §4.4.1 en §4.5.1.

5.2 Vorm

De vorm van de afvoer: wat ligt waar

BINNEN BUITEN MUUR A A BEUGEL A-A TWEE LOSSE BUIZEN ALLEEN ALS DE FABRIKANT HET TOESTAAT
buitenbuis: verse lucht naar het toestelbinnenbuis: rookgas naar buitenA-A: bijv. 60/100 of 80/125 mm
Figuur 5.1 Concentrische doorvoer door de muur: verse lucht door de buitenbuis naar het toestel, rookgas door de binnenbuis naar buiten, gebeugeld aan beide kanten.

De buis tussen het toestel en de doorvoer in de muur, het dak of de schacht heet de verbindingsleiding. Die zit helemaal in de ruimte waar het toestel staat, is hooguit 3,5 m lang en je kunt hem over de hele lengte zien.

Voor een gesloten toestel (type C) gelden extra regels:

  • de verbindingsleiding gaat niet door een wand;
  • bij nieuwbouw en bij vervanging leg je hem in principe concentrisch aan: buis in buis. Het rookgas gaat door de binnenbuis, de verse lucht komt door de buitenbuis (figuur 5.1);
  • lukt concentrisch redelijkerwijs niet, dan mag je twee losse buizen leggen (een parallel systeem), maar alleen als de fabrikant dat toestaat.

Een luchttoevoerleiding heb je alleen bij een gesloten toestel (type C).

Kunststof afvoer moet je altijd beschermen en ventileren met een omkokering: een mantel om de afvoer heen, zoals de buitenbuis van een concentrische leiding of een geventileerde schacht. Alleen kunststof delen die in het zicht in de opstellingsruimte liggen, hoeven geen omkokering.

Bron

Rogafa-beugelvoorschrift concentrisch; Kleintje Gas §4.1.1, §4.1.3 en §4.1.5.

Figuur 5.1: getekend naar Kleintje Gas afb. 4.22; dwarsdoorsnede naar §4.1.1 en §4.1.5.

5.3 Materiaal

Het juiste materiaal kiezen

Waar de keuze van afhangt

Het rookgas bepaalt welk afvoermateriaal je nodig hebt: de temperatuur, de druk (onderdruk of overdruk), of er condens ontstaat, de samenstelling van het rookgas en of er roet kan ontstaan.

Twee dingen vertellen je of het materiaal past. Het installatievoorschrift van het toestel zegt welke materialen mogen. De CE-codering op de buis zegt wat de buis kan hebben. Leg die twee naast elkaar. Ook de diameter volgt uit de voorschriften; een andere diameter dan het toestelvoorschrift noemt, alleen als de fabrikant dat toestaat. Elke rookgasafvoerleiding moet volgens de Europese regels voor bouwproducten een CE-markering hebben.

TOESTEL- VOORSCHRIFT mag: T120 · W · P1 welke materialen mogen CE · EN 14471 T120 · P1 · W CE-CODERING wat de buis kan hebben PVC voor water regenpijp geen CE-code: nooit een rookgasafvoer
Schets 5.3aNaast elkaar leggen

Gebruik alleen afvoer- en luchttoevoerleidingen met een keurmerk of met goedkeuring van de fabrikant, ook voor de aanzuigopening en de uitmonding.

Bron

Kleintje Gas §4.1.4, §4.1.7 en §4.4.2.

De code op de buis lezen

Op de buis of het etiket staat een rij letters en cijfers, bijvoorbeeld bij kunststof: EN 14471 T120 P1 W ... E

mof
etiket op de buis
1 O50 LIU0
Tik een deel
Etiket 1 van 3

Tik een deel van de code. De uitleg verschijnt hier en in de tabel.

DeelWat het zegtWaar je op let
CEHet product is gekeurd voor de Europese marktMoet er altijd op staan
EN 14471 / EN 1856-1De productnorm. EN 14471 is voor kunststof, EN 1856 voor metaal (aluminium, RVS)Past bij het materiaal
T120Temperatuurklasse: de afvoer kan rookgas tot 120 °C hebbenHoogste rookgastemperatuur van het toestel (zie het toestelvoorschrift) moet hieronder blijven. Een hoger T-getal mag ook, een lager niet.
P1 of H1Drukklasse: hoe dicht de afvoer isZie hieronder
W of DCondensbestendigheid (ook: condensaatklasse): W = wet (nat), D = dry (droog)HR en VR: altijd W, want in hun afvoer ontstaat condens; D is alleen voor droge omstandigheden
EBrandklasse (bij kunststof)E of beter, volgens de fabrikant
Figuur 5.2 De code op het etiket van een kunststof afvoerbuis, deel voor deel.

Op het etiket staan drukklasse en condensklasse vaak aan elkaar, zoals P1W of H1W.

Drukklasse. De wet stelt een strengere eis aan een afvoer met overdruk, want bij overdruk kan rookgas bij een lek de woning in komen.

  • N = onderdruk: de afvoer met natuurlijke trek van een B11-toestel (trekonderbreker, geen ventilator), of een afvoer met een afzuigventilator bij de uitmonding waarop een B11 is aangesloten en die uitmondt in gebied I of II (zie hoofdstuk 6, paragraaf 6.3).
  • P en H = overdruk: alles wat geen onderdruk is, zoals de afvoer van een toestel met ventilator (B12, B13, B22, B23) en van alle gesloten toestellen (type C).
HEEL DICHT MINDER DICHT H1 H2 P1 P2 N1 N2 OVERDRUK MAG niet dicht genoeg ONDERDRUK MAG
Schets 5.3bDrukklassen

Overige tekens zoals O50, LI en U0 hoef je niet te kennen. De minimale code staat in het toestelvoorschrift, bijvoorbeeld: CE, T120 of hoger, W, P1 of H1 en brandklasse E of beter. Een buis met T100, D of P2 mag dan niet.

Keurmerk naast CE. Soms staat er ook een Nederlands keurmerk op, zoals KOMO of Gastec QA. Bij materiaal met KOMO-keur moet de fabrikant beschrijven hoe je branddoorslag bij doorvoeren voorkomt. Onderdelen van verschillende fabrikanten mengen mag alleen in de gevallen uit paragraaf 5.4.

Bron

NPR 3378-41 §1; Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en enkelwandig metaal; Kleintje Gas §4.1.7, §4.4.1 en §9.3.1.

Check

Past deze buis?

Het toestelvoorschrift van een HR-ketel (type C) vraagt minimaal:

CET120 of hogerWP1 of H1E of beter

Zes buizen. Kies per buis: past hij of niet?

Kunststof, RVS en aluminium

  • Kunststof (PP): veel gebruikt bij HR, meestal T120. Zet uit als hij warm wordt (zie paragraaf 5.5).
  • RVS (roestvast staal) en dikwandig aluminium: metalen afvoer. Dikwandig aluminium kan de temperatuur van een HR-toestel altijd aan. Het beugelvoorschrift voor metaal geldt tot 200 °C rookgas.

Twee regels over metaal en corrosie:

Nooit aluminium en RVS samen in een afvoer. Aluminium is het minder edele metaal en wordt dan aangetast. Dus ook geen flexibele RVS-buis op een aluminium afvoer.

Een ketel met een aluminium warmtewisselaar op een afvoer van kunststof of RVS kan corrosie in de ketel geven. In een afvoer van kunststof of RVS blijft het terugstromende condens namelijk zuurder dan in een aluminium afvoer. De toestelfabrikant zegt of je dan een condensopvangstuk moet plaatsen. Dat is van RVS of kunststof, nooit van aluminium.

Bron

Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.2.2 en §4.4.2.

Materiaal voor de luchttoevoer

Geeft de toestelfabrikant geen voorschrift, dan moet de luchttoevoerleiding luchtdicht en sterk genoeg zijn, weinig weerstand hebben, passen op de luchtinlaat van het toestel, tegen de warmte van toestel en rookgasleiding kunnen en de brandwerendheid van een wand of plafond niet verminderen.

Metaal dat geschikt is als rookgasafvoer (RVS, aluminium), is ook geschikt als luchttoevoer. PE en PP mogen ook. PVC (zoals een regenpijp) is niet geschikt: het veroudert door warmte en is moeilijk luchtdicht te krijgen. Zo'n leiding moet vervangen worden.

METALEN ROOKGASLEIDING KUNSTSTOF LUCHTTOEVOER min. 35 mm heet: 50 mm PVC-REGENPIJP NIET GESCHIKT als luchttoevoer
Schets 5.3cAfstand en materiaal luchttoevoer

De afstand uit schets 5.3c geldt als een kunststof luchttoevoer naast een metalen rookgasleiding loopt, en ook als ze samen in een schacht liggen.

Bron

Rogafa-beugelvoorschrift luchttoevoer en metaal in de schacht; Kleintje Gas §4.1.6.

5.4 Verbindingen

Verbindingen: dicht, zonder schroeven en zonder kit

Een merk, een materiaal

Combineer in de aansluitleiding geen onderdelen van verschillende materialen of fabrikanten. De manier van koppelen verschilt per fabrikant. Uitzonderingen:

  • de fabrikant van het systeem staat het in zijn voorschrift toe;
  • bij enkelwandig metaal mag je onderdelen combineren die gekeurd zijn volgens Gastec QA KE83-3 (dikwandig aluminium) en 83-5 (RVS).

Bij concentrische systemen en bij de luchttoevoer is er geen uitzondering: daar meng je nooit.

Bron

Rogafa-beugelvoorschrift.

In elkaar schuiven

NAAR HET TOESTEL min. 40 mm MOF VOLGENDE BUIS CONDENS TERUG
Schets 5.4aElke volgende buis in de vorige
  • Vanaf het toestel gezien zit elke volgende buis in de vorige buis. Zo loopt het condens over de naad terug naar het toestel.
  • Na de montage steekt een spie-eind minimaal 40 mm in de mof. Concentrische delen schuif je zo ver mogelijk in elkaar.
  • Monteer spanningsvrij.
  • Kort buizen haaks af en ontbraam ze, zodat je de afdichtring niet beschadigt.
  • Felsnaden (gevouwen naden in metalen buis) in een liggend stuk leg je aan de bovenkant.
Bron

Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.2.2 en §4.4.2.

Wat niet mag

Verbindingen van de rookgasafvoerDit mag niet
    Schets 5.4bNiet in de rookgasafvoer

    Een schroef in een verbinding geeft samen met vocht versnelde corrosie; bij metalen afvoeren heet dat galvanische corrosie.

    Voor de luchttoevoer geldt: een metalen buitenbuis of metalen luchttoevoerbuis mag je schroeven of parkeren. Is die buis van kunststof, dan alleen op de plek die de fabrikant aangeeft en met de schroeven die hij voorschrijft. Gebruik alleen onderdelen met een afdichting, zodat de luchttoevoer gasdicht blijft.

    Ook verboden: extra gaten die de fabrikant er niet zelf in heeft gemaakt, zoals eigen schroefgaten of zelf geboorde meetnippels. Je meet alleen op de meetpunten van de fabrikant. Een los CO-meetpunt van de toestel- of afvoerfabrikant monteer je volgens zijn voorschrift.

    Let op

    Vind je schroeven in de verbindingen van een rookgasafvoer, dan moet het afvoersysteem vervangen worden. Schroeven eruit halen en de gaten dichtplakken is geen oplossing.

    Bron

    BRL 6000-25 §5.2.2, §5.2.3, §5.2.10 en bijlage 3; Rogafa-beugelvoorschrift; Kleintje Gas §4.4.2 en §9.3.2.

    Afdichtringen insmeren

    Gaat de buis lastig in de mof? De afdichtring (lippenring) mag je insmeren met alleen:

    Wel
    • het middel dat de fabrikant voorschrijft
    • een zeepoplossing van maximaal 1 %
    • water
    Niet
    • vet
    • vaseline (ook geen zuurvrije vaseline)
    • olie
    Bron

    Rogafa-beugelvoorschrift.

    5.5 Afschot

    Afschot en uitzetting

    Afschot naar het toestel

    Ook in een afvoer van een niet-HR-toestel kan condens ontstaan. Dat water mag nergens blijven staan en de doorgang van het rookgas niet blokkeren. Daarom leg je liggende delen op afschot naar het toestel toe, minimaal 50 mm per meter (ongeveer 3 graden). Het condens loopt dan terug en wordt in of bij het toestel afgevoerd.

    ROOKGAS NAAR BUITEN MUUR 20 mm liggend deel 1,6 m
    Sleep
    40 mm lager80120 hoger

    Nu 80 mm hoger: het condens loopt terug. Sleep lager en kijk wat er gebeurt.

    Figuur 5.3 Liggende afvoer op afschot naar het toestel: minimaal 50 mm per meter, elke buis in de vorige.

    Rekenvoorbeeld. Een liggend stuk afvoer is 1,6 m lang. Afschot = 1,6 × 50 mm = 80 mm. Het eind bij de muur ligt dus minstens 80 mm hoger dan het eind bij het toestel.

    Let op

    Een afvoer die waterpas ligt of van het toestel af loopt, is fout. Ook een doorgezakte buis tussen twee beugels geeft een plek waar water blijft staan.

    Bron

    Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof; Kleintje Gas §4.1.2, §4.2.2 en §4.4.2.

    Figuur 5.3: getekend naar Kleintje Gas afb. 4.3 en afb. 4.11.

    Kunststof zet uit

    Kunststof wordt langer als hij warm wordt. Daarom schuif je de kunststof buis in de mof en trek je hem daarna een stukje terug. 10 mm uitzetruimte is genoeg voor buizen tot en met 2 m. Ook dan blijft de insteek minimaal 40 mm.

    10 mm uitzetruimte insteek min. 40 mm WARM
    Schets 5.5Uitzetruimte in de mof

    Te stijf gebeugeld kunststof veroudert sneller door spanning. Zet ook de kap op de uitmonding goed vast, anders kan een uitzettende buis hem van zijn plaats duwen.

    Bron

    Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof; Kleintje Gas §4.4.2 en §4.5.2.

    5.6 Beugelen

    Beugelen volgens het beugelvoorschrift 2024

    Slecht beugelen geeft verbindingen die losschieten, buizen die doorzakken en een afschot dat niet meer klopt. Kunststof zet sterk uit, zodat een verbinding uit de mof kan "wandelen". Het grootste risico zit bij de laatste bocht van het liggende stuk.

    mof warm: de buis zet uit zonder fixerende beugel "wandelt" de buis steeds verder uit de mof
    Schets 5.6aUit de mof wandelen

    De regels gelden voor een verbindingsleiding in de opstellingsruimte, in het zicht, op een toestel met ingebouwde ventilator. Heeft het systeem volgens de fabrikant trekvaste verbindingen, dan volg je de regels van die fabrikant. Gebruik de beugels van de fabrikant, stevig vast aan het gebouw; bij grote afstand tot de muur een verlengset van de fabrikant of een console, draadstangen zo kort mogelijk.

    Bron

    Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.1.

    plafond muur 2,0 m: meer dan 1 m 0,8 m: niet meer dan 1 m eerste beugel max. 0,5 m schuifbeugel fixerend op de mof laatste element
    fixerendschuifbeugel
    Figuur 5.4 Liggende kunststof afvoer: fixerend op elke mof, en een schuifbeugel als er meer dan 1 m tussen twee fixerende beugels zit.

    Welke regel geldt voor welke leiding

    Sommige regels gelden voor elke lucht- en rookgasleiding. Enkelwandige kunststof afvoer (starre buis Ø 50 tot en met Ø 110 mm, EN 14471, P1, W, tot 120 °C, elk onderdeel maximaal 2 m) krijgt daar extra regels bovenop. De losse luchttoevoer (kunststof, aluminium of RVS, Ø 50 tot en met Ø 200 mm) krijgt die niet.

    RegelRookgasafvoer (enkelwandig kunststof)Losse luchttoevoerleiding

    Minstens 1 beugel; de eerste binnen 0,5 m leidinglengte vanaf het toestel

    ja
    ja; is de buis voor de eerste bocht korter dan 0,5 m, dan mag de beugel op die buis vervallen

    Elke bocht beugelen

    ja, fixerend om de mof
    ja

    Eerste bocht: buis ervoor en buis erna allebei korter dan 0,25 m

    geen beugel bij de eerste bocht; het tweede element na de eerste bocht krijgt de beugel
    hetzelfde

    Elke verlengbuis beugelen

    ja, fixerend om de mof
    nee, geen regel per buis

    Liggend of schuin

    meer dan 1 m tussen twee fixerende beugels: een schuifbeugel ertussen
    maximaal 1 m tussen de beugels, gelijk verdeeld

    Staand

    maximaal 2 m tussen de beugels
    maximaal 2 m, gelijk verdeeld

    Laatste element voor de doorvoer of schacht

    beugelen; is dat een bocht, dan mag ook het element ervoor
    beugelen

    Fixerend betekent: de beugel klemt de buis op de mof vast. Een schuifbeugel (niet-fixerend) ondersteunt de buis halverwege, zodat hij niet doorzakt, maar laat hem schuiven, zodat hij zonder spanning kan uitzetten.

    Bron

    Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.2.

    Figuur 5.4: getekend naar het Rogafa-beugelvoorschrift en Kleintje Gas afb. 4.14.

    Enkelwandig aluminium of RVS (Ø 50 tot en met Ø 150 mm, tot 200 °C) en concentrisch (buitenbuis tot Ø 200 mm): elke bocht op of vlak bij de mof beugelen (met dezelfde uitzondering bij de eerste bocht), verder dezelfde afstanden als de luchttoevoer in de tabel (liggend en staand).

    Bron

    Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig metaal en concentrisch; Kleintje Gas §4.5.2.

    Figuur 5.5: getekend naar het Rogafa-beugelvoorschrift.

    Zo tel je de beugels

    A B max. 2,0 m < 0,25 m < 0,25 m max. 2,0 m max. 0,5 m 2× max. 1,0 m
    fixerendschuifbeugelbeugel luchttoevoer
    Figuur 5.5 Staande en schuine kunststof afvoer met losse luchttoevoer (groene beugels). A: de uitzondering bij de eerste bocht. B: eerste beugel binnen 0,5 m, een schuifbeugel in het schuine deel, staand maximaal 2,0 m.
      Bron

      Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.2.

      5.6 Zelf doen

      Uitgewerkt voorbeeld: parallel systeem naar de gevel

      Een gesloten ketel met losse kunststof afvoer en luchttoevoer naar de gevel (figuur 5.6):

      Tik op de buis waar je een beugel wilt; tik nog eens om hem weg te halen.

      Tik op de buis

      Probeer eerst zelf. Op een mof wordt het een fixerende beugel, op de buis een schuifbeugel. Op de luchttoevoer is elke beugel groen. Zet er zoveel als jij nodig vindt.

      Afvoer: 0Luchttoevoer: 0
      Bron

      Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer.

      Tweede oefening: staand en schuin, met twee bochten van 45°

      Het voorbeeld van figuur 5.5 B: een gesloten ketel met losse kunststof afvoer en luchttoevoer naar de dakdoorvoer. Beide leidingen gaan 0,2 m omhoog naar een bocht van 45°; de lengtes van het schuine en het staande stuk staan in de tekening.

      Tik op de buis waar je een beugel wilt; tik nog eens om hem weg te halen.

      Tik op de buis

      Probeer eerst zelf. Op een mof wordt het een fixerende beugel, op de buis een schuifbeugel. Op de luchttoevoer is elke beugel groen. Zet er zoveel als jij nodig vindt.

      Afvoer: 0Luchttoevoer: 0
      Bron

      Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.5.2.

      5.7 Doorvoer en condens

      Doorvoer, condens, schacht en bestaand kanaal

      Doorvoer door wand, vloer of dak

      Een doorvoer mag de brandwerendheid van een wand, plafond of dak niet verminderen, en een gat mag de constructie niet te veel verzwakken. Controleer bij een doorvoer:

      aanraakbare delen van de afvoer worden niet heter dan 90 °C;

      in het voorbeeld van een doorvoer door een houten vloer zit rondom de afvoer een spleet van minstens 50 mm, gevuld met steenwol;

      geen gips rond de rookgasafvoer: boven 70 °C droogt gips uit en brokkelt het na een tijd af;

      bij kunststof door een brandscheiding (bijvoorbeeld een woningscheidende wand of een schachtwand): een brandmanchet, en geen mof ter plaatse van de manchet;

      de leiding is aan beide kanten van de doorvoer gebeugeld, op maximaal 0,5 m, en hangt niet door in de doorvoer.

      Bron

      Kleintje Gas §4.4.2, §4.7 en §4.7.2.

      Condensafvoer naar het riool

      Het condens uit een HR-toestel gaat via een kunststof afvoer van minimaal 25 mm inwendig naar de binnenriolering:

      1. Toestelsifonhoudt rookgas tegen
      2. Open onderbrekingvoorkomt dat druk in het riool het toestel beïnvloedt
      3. Tweede sifon (stankafsluiter)houdt rioolgas tegen
      4. Rioolop een punt dat regelmatig doorgespoeld wordt

      Kunststof, minimaal 25 mm inwendig · afschot minimaal 50 mm per meter

      Schets 5.7aVan toestel naar riool
      • niet lozen in een dakgoot (bevriezing, aantasting van een metalen goot) en niet in een gemetselde douchebak (zuur condens lost kalk op);
      • steek de losse afvoer van de inlaatcombinatie niet te ver in de condensafvoer, anders hoopt vuil zich op.
      Bron

      Kleintje Gas §4.2.3.

      Aansluiten op een schacht

      Komt de afvoer uit een schacht (bijvoorbeeld in een appartement), controleer dan:

      of de leidingen uit de schacht niet verstopt en niet beschadigd zijn, en op afschot naar het toestel liggen;

      of duidelijk is welke stomp de rookgasafvoer is en welke de luchttoevoer. Markeer dat;

      of de stompen na het plaatsen van brandmanchetten nog minstens 50 mm vrije insteek hebben;

      of er een stormbeugel of een beugel aan de schachtwand zit.

      In de schacht zelf (enkelwandig metaal) zit maximaal een verdiepingshoogte of 4 m tussen de beugels, bij de vloerdoorvoeren, als er maximaal 3 elementen in een verdiepingshoogte zitten. Zijn het er meer, dan maximaal 2 m. Verspringt de leiding in de schacht, beugel dan elke bocht, met maximaal 1 m ertussen.

      max. 3 elementenper verdieping meer dan 3elementen leidingverspringt max. 4 mof eenverdieping max.2 m elkebocht,max. 1 m
      Schets 5.7bBeugels in de schacht

      Deze regels gelden voor een metalen afvoer en voor een luchttoevoer van metaal of kunststof in de schacht. Voor een kunststof afvoer in een schacht volg je de fabrikant.

      Bron

      BRL 6000-25 bijlage 3; Rogafa-beugelvoorschrift.

      Flexibele afvoer

      Een flexibele metalen buis, zoals flexibel RVS, is een voering: die is alleen bedoeld om een bestaand kanaal, een bestaande schoorsteen of een schacht te renoveren of aan te passen. Een flexibele verbindingsleiding tussen toestel en doorvoer valt buiten de productnorm voor deze buizen.

      max. 45° goed fout zuur condens blijft staan
      Schets 5.7cFlexibel: alleen verticaal

      Hij heeft ribbels. Ligt hij plat, dan hangt hij door en blijft het zure condens in de ribbels staan. Daarom loopt een flexibele afvoer alleen verticaal: hooguit 45 graden uit het lood, en goed ondersteund. Liggend of doorhangend is fout.

      Bron

      NEN-EN 1856-2 Introduction en §1; NPR 3378-48 §9.1 en §9.2; Kleintje Gas §4.4.2.

      Een voering door een bestaand kanaal

      Een voering is een nieuwe afvoerbuis in een bestaand afvoerkanaal of een bestaande schoorsteen. Een voering is nodig als:

      • een gemetselde schoorsteen niet meer dicht is door scheuren of losse stenen;
      • het kanaal te ruim is. Een voering geeft minder afkoelend oppervlak, dus minder condens en vervuiling.

      Zo breng je een voering aan:

      bestaand kanaal scheur voering C93: verse lucht tussen voering en kanaal
      Schets 5.7dVoering in een bestaand kanaal
      • flexibele of starre buis met de juiste CE-markering, en de diameter die bij het toestel past;
      • monteren volgens de fabrikant, bij flexibel met de bijbehorende koppelstukken, afdichtingen en fixeerringen;
      • een starre kunststof voering moet kunnen uitzetten en krimpen;
      • controleer vooraf of er parkers of scherpe delen in het kanaal zitten, en maak het kanaal grondig schoon;
      • er mag nergens condens in de voering blijven staan;
      • het hele systeem, van toestel tot en met uitmonding, komt van een fabrikant;
      • de voering moet te inspecteren zijn.

      Bij sommige gesloten toestellen (type C93) komt de verse lucht door de ruimte tussen de voering en het oude kanaal; dat kanaal moet dan luchtdicht genoeg zijn.

      Bron

      NEN 2757-1 tabel 2; NPR 3378-48 §7.1, §9.1 en §9.2.

      Nieuwe HR-ketel op een bestaand kanaal

      Komt er een nieuwe HR-ketel op een bestaand bouwkundig kanaal, dan maak je de afvoer op een van twee manieren geschikt voor het nieuwe toestel:

      een voering door het kanaal, als er een voering met de juiste diameter in past; of

      een complete nieuwe afvoer, als het kanaal te krap is voor een voering.

      Een bijzonder geval is het shuntkanaal: een gemetseld gezamenlijk kanaal in flats uit 1955 tot 1970, met per woning een stukje kanaal van ongeveer 1,5 m dat uitkomt op het hoofdkanaal. Zonder bouwkundige aanpassing is het niet geschikt voor HR. Aanpassen is werk voor een gespecialiseerd bedrijf, en alle woningen op het kanaal moeten tegelijk worden aangepakt.

      woning 3woning 2woning 1 per woning ca. 1,5 m hoofd- kanaal gemetseld, gezamenlijk aanpassen: alle woningen tegelijk
      Schets 5.7eShuntkanaal in een flat

      Ook oud: een open T-stuk in de afvoer (een opening onderin). Dat mag sinds 1987 niet meer.

      Bron

      NPR 3378-48 §7.1 en §7.3.2; Kleintje Gas §4.3.2 en §9.3.3.

      5.8 Vervangen

      Bestaande afvoer bij toestelvervanging

      De regel

      Vervang je een afvoergebonden toestel, dan vervang je de rookgasafvoer tegelijk. Afvoer en toestel gaan allebei ongeveer 15 jaar mee. Daarna neemt de kans op lekkage toe: metaal corrodeert, kunststof wordt bros en afdichtringen worden hard.

      Er is een uitzondering:

      LEEFTIJD AFVOER (JAAR)
      Sleep
      0 jaar35 jaar

      Sleep de leeftijd van de bestaande afvoer.

      Tot en met 5 jaar

      Is de afvoer niet ouder dan 5 jaar, dan mag hij blijven. Uiterlijk 10 jaar later moet de kwaliteit opnieuw gecontroleerd worden.

      Ouder dan 5 jaar

      Verder laat je een afvoer alleen zitten als hij grondig is gecontroleerd en goed is: je verwacht dat hij nog minstens 15 jaar meegaat.

      Schets 5.8aMag de bestaande afvoer blijven?
      Bron

      NPR 3378-48 §7.1; BRL 6000-25 §5.2.13; Kleintje Gas §9.3.1.

      Zo beoordeel je een bestaande afvoer

      Is de afvoer nu goed, blijft hij goed zolang het nieuwe toestel meegaat, en past hij bij dat toestel? Controleer:

      diameter groot genoeg, en bij een HR-toestel geschikt voor nat condens (W);

      schoon, liggende delen op afschot naar het toestel, goed gebeugeld;

      schroeven of parkers in de verbindingen? Dan vervangen;

      geen mix van materialen of fabrikanten;

      afdichtringen: haal een verbinding uit elkaar en kijk naar scheurtjes, uitdroging of brokkelen;

      uitmonding op de goede plek (hoofdstuk 6, paragraaf 6.11) en wand nog dik genoeg.

      90 % wanddikte over

      Afkeuren en vervangen doe je als er ergens minder dan 90 % van de oorspronkelijke wanddikte over is. Aanwijzingen dat de afvoer slijt: putcorrosie (kleine putjes in het metaal) en slijtagepoeder van aluminium in de afvoer, vooral in bochten van liggend naar staand. Dan is de wand elders waarschijnlijk al dunner.

      putcorrosieslijtagepoeder bocht van liggendnaar staand
      Schets 5.8bHier zie je slijtage het eerst

      De wanddikte meten kan pas als je de afvoer losneemt.

      Weet je niet zeker of de afvoer goed is, gebruik hem dan niet weer jaren.

      Bij een eigen (individuele) afvoer lukt het zelden om 15 jaar aan te tonen; vervang die het liefst in zijn geheel, inclusief de uitmonding.

      Bron

      NPR 3378-48 §7.3.1; BRL 6000-25 §5.2.13; Kleintje Gas §9.3.1 en §9.3.2.

      5.9 Controle

      De visuele controle na montage, stap voor stap

      Na de montage controleer je met je ogen of ventilatie, rookgasafvoer, luchttoevoer en uitmonding qua plaats, maat en uitvoering kloppen met de eisen en het voorschrift van de fabrikant. Deze visuele controle doe je voordat je het toestel in bedrijf stelt (hoofdstuk 7, paragraaf 7.7).

      Zo doe je het:

        Vind je een afwijking, dan leg je vast welke afwijking het is en welke maatregel je hebt genomen (paragraaf 5.10).

        Let op

        Je ziet geen fouten, maar je kunt niet aantonen dat alles klopt, bijvoorbeeld omdat een deel in een dichte schacht zit? Adviseer dan een CO-melder en nader onderzoek, bijvoorbeeld naar de kwaliteit van de rookgasafvoer.

        Bron

        BRL 6000-25 §5.3 en bijlage 3; Rogafa-beugelvoorschrift enkelwandig kunststof en luchttoevoer; Kleintje Gas §4.2.3, §4.7, §8.1.1, §8.1.3, §8.1.4 en §8.1.5.

        Check

        Keur deze montage

        Vijf plekken vragen om aandacht. Tik een plek aan en beoordeel hem.

        Nog 5 plekken te keuren.

        Tik op een van de vijf plekken in de tekening.

        5.10 Vastleggen

        Vastleggen: checklist, rapport en sticker

        Wat je registreert

        Al het werk aan toestel, rookgasafvoer en luchttoevoer wordt gecontroleerd. Wat je van elke controle vastlegt (wat, tegen welke eis, wie, wanneer, met welk instrument, de uitkomst en de afwijkingen), ken je uit hoofdstuk 3, paragraaf 3.8.

        De controles moeten na te gaan zijn voor de certificerende instelling.

        Bron

        BRL 6000-25 §5.3.

        Het opleverings- en beproevingsrapport

        Je vult een checklist of rapport in volgens het protocol van je bedrijf, de branchevereniging of de normbladen. De BRL geeft in bijlage 3 aan wat erin hoort, onder andere:

        Opleverings- en beproevingsrapportBRL bijlage 3
        OnderdeelVoorbeelden van punten
        Algemeen

        Locatie, gecertificeerd bedrijf, toestel met indeling A, B of C, wie in bedrijf heeft gesteld

        Opstellingsruimte

        Montage volgens fabrikant, luchttoevoer en luchtafvoer, onderdruk door ventilatie, rookgasafvoer, uitmonding, brandveiligheid, CO in de ruimte, trek bij B11

        Rookgasafvoer en luchttoevoer

        Verbindingen niet geplakt, gekit, gelijmd of geschroefd (behalve de luchttoevoer), stormbeugel of beugel aan de schachtwand, beugels en afschot, lekdichtheid, afvoer vervangen bij nieuw toestel, geen extra schroefgaten of meetnippels

        Ingebruikstelling

        Volgens fabrikant, branderdruk, CO en O2, gas/luchtverhouding, CO-melder geadviseerd ja/nee

        Afwijkingen

        Welke afwijking en welke maatregel

        Schets 5.10aWat er in het rapport hoort

        Die lijst is een hulpmiddel: wat uit je werk en de eisen in artikel 5.2 van de BRL volgt, controleer je ook als het er niet in staat.

        Een kopie blijft bij de eigenaar of gebruiker; het rapport gaat naar je direct leidinggevende. Bij een nieuwe installatie krijgt de eigenaar ook tekeningen, handleidingen en de controlelijst voor onderhoud.

        Bron

        BRL 6000-25 §5.3 en bijlage 3; Kleintje Gas §8.1.1 en §8.1.5.

        De sticker

        De verantwoordelijke vakbekwaam persoon (VP) plakt na het werk een ingevulde sticker op het toestel met minimaal de vijf velden hieronder.

        GECONTROLEERD gecontroleerd door (naam)volgens BRL 6000-25datumvolgende onderhoud voor(jaar of periode)certificaatnummer bedrijf
        Bron

        BRL 6000-25 §5.3.1.

        Einde hoofdstuk 5

        Kort samengevat

        Code

        Code op de buis: CE, T-klasse, drukklasse (overdruk: H1, H2 of P1, niet P2) en W voor HR en VR. Geen PVC.

        Verbindingen

        Niet mengen, nooit aluminium met RVS. Rookgasverbindingen niet schroeven, kitten of plakken; schroeven gevonden: afvoer vervangen.

        Afschot

        Afschot minimaal 50 mm per meter naar het toestel, elke buis in de vorige, insteek minimaal 40 mm.

        Beugels

        Beugels: altijd de eerste binnen 0,5 m, elke bocht en het laatste element voor de doorvoer. Kunststof afvoer: ook elke verlengbuis fixerend op de mof, schuifbeugel bij meer dan 1 m. Luchttoevoer, metaal en concentrisch: niet per buis, maar maximaal 1 m liggend en 2 m staand.

        Doorvoer en condens

        Doorvoer: maximaal 90 °C, geen gips, brandmanchet zonder mof, beugel aan beide kanten. Condens: 25 mm, twee sifons met onderbreking, niet in de dakgoot.

        Kanaal

        Flexibel RVS alleen als voering in een kanaal of schacht, verticaal. HR-ketel op een bestaand kanaal: voering of nieuwe afvoer.

        Vervangen en vastleggen

        Bij toestelvervanging de RGA ook vervangen, tenzij niet ouder dan 5 jaar of aantoonbaar nog 15 jaar goed. Leg elke controle vast en plak de sticker.

        Hoofdstuk 5

        Test jezelf

        Vijf vragen. Kies eerst zelf, dan zie je het antwoord met uitleg.

        Oefenen Microgames bij hoofdstuk 5

        Speel het na

        Keur en bouw afvoeren: materiaal, beugels, afschot en het juiste onderdeel. De stof van dit hoofdstuk in drie korte games uit de app; een game duurt een paar minuten.