Terug naar de app Terug naar de app
PractiQ
CO-verlenging · Hoofdstuk 3
03 · Meten, handelen, melden

Te veel CO: meten, handelen, melden

Je komt binnen voor onderhoud en je persoonlijke CO-melder gaat af. Of je meter geeft in de opstellingsruimte een waarde die niet goed is. Wat je in de eerste minuten doet, bepaalt of jij en de bewoners veilig blijven. Daarna moet je weten wat het getal op je meter betekent, wat je met het toestel doet en wie je moet inlichten.

Scroll om te beginnen
Doelen

Na dit hoofdstuk kun je:

  • jezelf, de bewoners en de omgeving in veiligheid brengen als er te veel CO is, en zo nodig 112 bellen;
  • de CO-meting in de opstellingsruimte goed uitvoeren: met het juiste instrument, op de juiste plek en op het juiste moment;
  • de meetwaarde beoordelen met de grenzen 5 ppm en 20 ppm;
  • beslissen wanneer je een toestel buiten bedrijf stelt en die beslissing onderbouwen;
  • melden aan de juiste mensen, in de juiste volgorde;
  • de klant of eigenaar uitleggen wat er aan de hand is en welke maatregelen nodig zijn.
3.1 Veiligheid

Eerst je eigen veiligheid

CO merk je zelf niet (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.1). Daarom vertrouw je op een meter en niet op je neus. Draag altijd een persoonlijke CO-melder op borsthoogte, en blijf buiten als je giftige lucht in een ruimte vermoedt (zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2.5).

De BRL 6000-25 zegt dat een monteur bij voorkeur zo'n persoonlijke veiligheidsmeter heeft om de CO in de omgeving in de gaten te houden.

Hoeveel CO mag jij zelf inademen? De Arbo-regels geven als grens voor de werknemer: zie de twee vlakken in de schets

JOUW ARBO-GRENS GEMIDDELD 100 ppm · 15 min KORT, MAAR HOGER 20 ppm · werkdag 8 uur
SchetsJouw Arbo-grens

20 ppm is heel weinig CO (wat ppm is, staat in hoofdstuk 2, paragraaf 2.3), en toch is het de grens voor een werkdag.

Bron

Arbeidsomstandighedenregeling bijlage XIII; BRL 6000-25 bijlage 2; Kleintje Gas §3.1.4.

3.2 Signalen

Signalen bij binnenkomst

Soms piept er nog niets, maar klopt er toch iets niet. Ruikt de lucht bedompt of muf, is het erg vochtig binnen of klagen de bewoners over hoofdpijn of moeheid die buiten weggaat (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.5)? Meet dan de CO in de ruimte. Er kan te veel CO zijn.

Werk je in een flat of appartement, kijk dan verder dan het eigen toestel. Vind je in de woning zelf geen oorzaak, dan kan de bron bij de buren liggen (ernaast, eronder of erboven; zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.8).

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

3.3 Acuut gevaar

Noodplan: iedereen in veiligheid

Er zijn twee soorten situaties met te veel CO. Je moet ze uit elkaar houden.

Noodplan

Situatie 1: acuut gevaar. Je volgt het noodplan hieronder. Dat doe je als:

  • je persoonlijke CO-melder alarm geeft;
  • je vermoedt dat er giftige lucht in de ruimte is;
  • iemand onwel is door de CO (een slachtoffer).

Voor het noodplan bestaat geen vaste ppm-waarde. Je kijkt naar deze signalen.

Meetwaardetabel

Situatie 2: je meet te veel CO, maar er is geen acuut gevaar.

Je volgt de meetwaardetabel (die leer je in 3.5): ventileren, de oorzaak zoeken en wegnemen, en melden. Boven 20 ppm komt daar de meldplicht bij. Verandert de situatie terwijl je bezig bent, bijvoorbeeld je melder gaat af of iemand wordt onwel? Dan stop je en volg je alsnog het noodplan.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.6; Kleintje Gas §3.1.4.

Voorspel eerst

Je melder gaat af. Wat doe je eerst?

Zet de acht stappen zelf op volgorde. Daarna lees je ze uitgelegd in figuur 3.1.

Check

Zet het noodplan in de goede volgorde

Tik de kaartjes aan, van stap 1 tot stap 8.

Welke stap komt eerst?

Dit is wat je doet bij acuut gevaar. Werk de stappen in deze volgorde af (zie figuur 3.1).

Zo doe je het:
Figuur 3.1 Noodplan bij acuut CO-gevaar: eerst jezelf, dan de omgeving, dan de mensen, daarna oorzaak zoeken, meten en melden.
Let op

Een lage waarde na ventileren betekent niet dat de oorzaak weg is. Ventileren verdunt de CO; de bron blijft. Daarom moet de oorzaak altijd gevonden worden.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.6; Kleintje Gas Begrippenlijst en §3.1.4.

Check

Noodplan of meetwaardetabel?

Kies per situatie wat je volgt.

Zes situaties. Na elke keuze lees je in de kaart waarom.

3.4 Meten

De CO-meting in de opstellingsruimte

De opstellingsruimte is de ruimte waar het gastoestel staat of hangt. Denk aan een woonkamer, een cv-kast, een douche of een gezamenlijke ruimte in een gebouw. De BRL 6000-25 zegt dat je in elke opstellingsruimte de CO in de lucht meet. Dat geldt dus niet alleen in een flat.

Wanneer meet je?

Je meet twee keer (zie figuur 3.2):

  1. Meting 1 Voordat je aan het werk begint. Je weet dan of er al een probleem is. 5 ppm of meer: niet veilig, je zoekt de oorzaak boven 20 ppm: hoger dan de BRL toestaat, ook meldplicht Een waarde als 15 ppm is dus niet "goed": je zit onder de meldgrens, maar boven de veilige grens van 5 ppm. Wat je bij elke waarde doet, staat in de meetwaardetabel (3.5).
  2. Werk aan het toestelbijvoorbeeld onderhoud
  3. Meting 2 Nadat je klaar bent, voordat je het toestel weer in bedrijf stelt.
    onder 5 ppmen volgens jouw vakkundig oordeel veilig en volgens de wettelijke eisen: weer aan
    5 ppm of meerniet in bedrijf; eerst oorzaak weg
Figuur 3.2 De twee meetmomenten van de CO-meting in de opstellingsruimte.

Waar meet je?

OPSTELLINGSRUIMTE 2,0 m1,5 m1,0 m0,5 m 00,51 m1,52 m

Waar houd je de meter? Tik op een van de punten. Hoogte en afstand lees je af op de maatstrepen.

meetpunt: 1,7 m hoog, 1 m van het toestelCO-meter: de ruimtemetingpersoonlijke CO-melder
Figuur 3.3 Het meetpunt van de ruimtemeting. De persoonlijke CO-melder op je borst is voor je eigen veiligheid en telt niet als ruimtemeting.

Wat lees je af?

De waarde die je meter aangeeft, is de waarde die telt. Je trekt er geen meetfout van af en je telt er niets bij op. Wijst je meter 21 ppm aan, dan is het 21 ppm.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.6; Kleintje Gas §3.1.4.

Met welk instrument meet je?

InstrumentWaarvoor
CO-meter voor de omgevingslucht, met een passende uitlezingDe echte meting van de CO in de ruimte.
RookgasanalysemeterMag je ook gebruiken om de CO in de ruimte te meten, maar alleen als indicatie (om een idee te krijgen).Hulpmiddel, geen vervanging van een goede CO-meter
Persoonlijke CO-veiligheidsmeter (draag je op je borst)Bij voorkeur altijd bij je, om je eigen veiligheid te bewaken.

Een rookgasanalysemeter is gemaakt voor de metingen in het rookgas: CO, O2 (zuurstof) en de rookgastemperatuur. Daarvoor moet hij voldoen aan de norm EN 50379 deel 2.

Gebruik elk instrument volgens de gebruiksvoorschriften van de leverancier of fabrikant van dat instrument.

Is je meter betrouwbaar?

Een meting waarmee je beslist of iets goed of fout is, moet je doen met een gekalibreerde meter. Kalibreren betekent: de meter laten vergelijken met een erkende standaard, zodat je weet dat hij goed meet.

  • De meter moet op tijd gekalibreerd zijn.
  • Kan de meter door een voorval ontregeld zijn? Dan kan kalibratie al nodig zijn voor de gewone kalibratiedatum.
  • Op de meter moet te zien zijn wat de kalibratiestatus is, bijvoorbeeld met een sticker.

Je bedrijf houdt een overzicht bij van de meters en hoe vaak ze gekalibreerd worden.

Bron

BRL 6000-25 §6.2.1 en bijlage 2.

Zo doe je het: de ruimtemeting

    Bron

    BRL 6000-25 §5.2.6 en §6.2.1.

    3.5 · Beoordelen

    De meetwaarde beoordelen

    Meetwaardetabel: wat doe je bij welke meetwaarde?
    METING IN DE OPSTELLINGSRUIMTE 2 PPM CO VEILIG Sleep de meter →

    2 ppm: 0 tot onder 5 ppm.

    Meetwaarde in de opstellingsruimte

    Situatie 2 uit 3.3: te veel CO, geen acuut gevaar. Je blijft aan het werk.

    Gaat je persoonlijke melder af, vermoed je giftige lucht of is iemand onwel? Dan volg je eerst het noodplan uit 3.3, welke waarde je meter ook aanwijst.

    0 tot onder 5 ppm

    Is het veilig?
    Ja, je mag de installatie gebruiken.
    Wat doe je?
    Geen bezwaar: je mag het toestel (weer) in bedrijf stellen. Schrijf de waarde op.
    Wie licht je in?
    Niemand extra. De meting komt op je rapport.

    5 tot en met 20 ppm

    Is het veilig?
    Nee, zo is gebruik van de installatie onveilig.
    Wat doe je?
    Ventileer. Doe nader onderzoek naar de oorzaak en neem die weg. Bij een open toestel controleer je ook de onderdruk door ventilatieapparatuur en (bij een B11) de trek. Het toestel gaat pas weer in bedrijf als de oorzaak weg is en je na het werk onder 5 ppm meet.
    Wie licht je in?
    De opdrachtgever.

    Meer dan 20 ppm meldplicht

    Is het veilig?
    Nee, zo is gebruik van de installatie onveilig.
    Wat doe je?
    Ventileer. Zoek de oorzaak en neem die weg. Bij een B11 controleer je de trek. Lukt het niet om de oorzaak weg te nemen, dan stel je het toestel buiten bedrijf.
    Wie licht je in?
    Direct de bewoner of gebruiker en de eigenaar. Kun je het probleem niet verhelpen, dan daarna ook schriftelijk het bevoegd gezag en de certificerende instelling (zie 3.7).
    Figuur 3.4 Meetwaarde in de opstellingsruimte: is het veilig, wat doe je en wie licht je in.

    Let op de grenzen: precies 5 ppm hoort al bij "niet veilig". Precies 20 ppm valt nog in het gebied 5 tot 20 ppm; "meer dan 20 ppm" begint daarboven.

    Bron

    BRL 6000-25 §5.2.4, §5.2.6, §5.2.8 en §6.1; Kleintje Gas §3.1.4.

    Nader onderzoek bij een open toestel

    B11 1 2 ONDERDRUK TREK ROOKGAS DE RUIMTE IN
    1. 1Onderdruk door ventilatieapparatuur controle bij 5 tot 20 ppm
    2. 2Trek van de B11 controle bij 5 tot 20 ppm en bij meer dan 20 ppm
    SchetsNader onderzoek: wanneer welke controle

    Meet je bij een open toestel (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.6) 5 ppm of meer in de ruimte, dan kijk je naar twee dingen:

    1. Onderdruk door ventilatieapparatuur. Een afzuigkap of mechanische afzuiging kan rookgas de ruimte in trekken (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.6 en 2.8).
    2. De trek van een B11-toestel (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.8). Je controleert of de afvoer het rookgas goed wegtrekt. Dat doe je volgens het voorschrift van de fabrikant.
    Bron

    BRL 6000-25 §5.2.4 en §5.2.8.

    Voorbeeld uit de praktijk

    Je komt voor de jaarlijkse beurt bij een open geiser in een keuken. Je meet voor het werk 12 ppm op 1,7 m hoogte en 1 m van de geiser.

    1. 12
      12 ppm voor het werk5 tot en met 20: niet veilig
    2. ?

      Je meter wijst 12 ppm aan. Wat doe je nu?

      Kies eerst je antwoord. Daarna zie je hoe het verder ging.

    3. Raam open, opdrachtgever inlichten
    4. Oorzaak onderzoekenGeeft de afzuigkap onderdruk? Trekt de afvoer goed?
    5. Oorzaak gevonden en weggenomen
    6. 2
      Na je werk opnieuw meten: 2 ppmonder 5: geiser weer aan
    7. Beide metingen op je rapport
    VoorbeeldGeiser: van 12 naar 2 ppm in zes stappen
    Bron

    BRL 6000-25 §5.2.4, §5.2.6 en §5.2.8.

    3.6 Beslissen

    Oorzaak wegnemen of buiten bedrijf stellen

    Eerst de oorzaak wegnemen

    Te veel CO in de ruimte los je op twee manieren tegelijk op:

    Ventileren, zodat de CO zakt. Ramen en deuren open.

    De bron uitschakelen en de oorzaak wegnemen, zodat er geen nieuwe CO bij komt.

    5 ppm of meer gemeten? Pas weer in bedrijf als de oorzaak weg is.

    Bron

    BRL 6000-25 §5.2.6; Kleintje Gas §3.1.4.

    Buiten bedrijf stellen: dat is een plicht

    Lukt het niet om de oorzaak weg te nemen? Dan stel je het toestel buiten bedrijf. Dat is geen keuze. De BRL 6000-25 verplicht je om een toestel buiten bedrijf te stellen, en niet in bedrijf te stellen, als het ontoelaatbaar veel CO geeft. Dat geldt bij te veel CO:

    BUITEN 1 2 3 OPSTELLINGSRUIMTE LUCHTTOEVOER ROOKGAS
    1. 1in de opstellingsruimte 5 ppm of meer na het werk, zie de meetwaardetabel in 3.5
    2. 2door rookgas in de luchttoevoer van een concentrisch systeem CO2-meting, zie hieronder
    3. 3in het rookgas zelf zie hieronder
    SchetsOntoelaatbaar veel CO: drie plekken
    TOCH AAN TE VEEL CO KRITIEKEAFWIJKING
    SchetsTe veel CO en toch in bedrijf

    Stel je toch een toestel in bedrijf terwijl de CO in de ruimte of in het rookgas te hoog is, en je hebt het probleem niet weggenomen? Dan is dat volgens de BRL een kritieke afwijking. De BRL kent twee soorten afwijkingen: kritiek en niet-kritiek. Een kritieke afwijking is er een die leidt tot een CO-gevaarlijke situatie voor de gebruiker of eigenaar.

    Bron

    BRL 6000-25 §6.1 en §11.1.1.

    Twee andere CO-grenzen die tot buiten bedrijf stellen leiden

    CO IN HET ROOKGASGEEFT DE FABRIKANT GEEN GRENS? max. 50 ppmmax. 200 ppmmax. 400 ppm TYPE ATYPE BTYPE C
    SchetsMaximaal CO in het rookgas (tabel in hoofdstuk 8, paragraaf 8.7)

    Deze grenzen leer je uitgebreid in hoofdstuk 8 (CO in het rookgas) en hoofdstuk 9 (CO2 in de luchttoevoer). Hier staan ze kort, omdat ze ook horen bij "ontoelaatbaar veel CO".

    CO in het rookgas. Je volgt de grens van de fabrikant. Ook hier is de waarde op je meter leidend. Het toestel gaat pas weer in bedrijf als de waarde onder de grens zit.

    GEVEL ROOKGAS UIT LUCHT IN WIND: ROOKGAS MEE NAAR BINNENTOT CA. 1% CO2: TOELAATBAAR
    SchetsConcentrisch: lucht in, rookgas uit

    CO2 in de luchttoevoer van een concentrisch systeem. Op het meetpunt van de luchttoevoer hoort het CO2 (kooldioxide, een stof uit het rookgas) gelijk te zijn aan buitenlucht. Meet je fors meer, dan kan het systeem van binnen lekken en doe je nader onderzoek. Hoe je deze meting doet, staat in hoofdstuk 9, paragraaf 9.6.

    Bron

    BRL 6000-25 §5.2.7 en §5.2.9; Kleintje Gas §8.6.6 en §8.6.7.

    Andere redenen om een toestel niet zo te laten branden

    Een beveiliging die buiten werking is gezet, is nooit toegestaan, ook niet om een storing op te lossen. Zo blijft een toestel met een overbrugde TTB branden terwijl er rookgas terugstroomt. Valt een toestel vaak uit op de TTB, zoek dan direct de oorzaak; die ligt waarschijnlijk in de rookgasafvoer (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.10, en hoofdstuk 2, paragraaf 2.7).

    Bron

    Kleintje Gas §4.3.2 en §8.6.2.

    Zo doe je het: buiten bedrijf stellen en onderbouwen

      Je onderbouwing is je meting. Een getal met een plaats en een tijd is sterker dan "het leek niet goed". Daarom meet en noteer je altijd voordat je beslist.

      Bron

      NEN 8078 §5.2.3; BRL 6000-25 §6.1; Kleintje Gas Begrippenlijst en §1.1.2.

      3.7 Melden

      Melden: wie, wanneer en hoe

      Kies een situatie: het pad door het schema licht op.

      Voorbeeld: 35 ppm, niet op te lossen.

      Meetwaarde CO 5 tot en met20 ppm Meld aan deopdrachtgever meer dan 20 ppm Stap 1: direct melden aande bewoner of gebruikeren de eigenaar van het gebouw Kun je het probleemverhelpen? JA NEE Het blijft bijstap 1 Stap 2: daarnaschriftelijkbevoegd gezag(gemeente) encertificerendeinstelling
      Figuur 3.5 Wie licht je in bij te veel CO in de opstellingsruimte: getrapt melden.

      Bij te veel CO ben je verplicht om te melden. Wie je inlicht, hangt af van de meetwaarde en van de vraag of je het probleem kunt oplossen.

      Wie is wie in figuur 3.5?

      de opdrachtgever: degene die jou de opdracht heeft gegeven.

      de eigenaar van het gebouw (bij een huurwoning is dat bijvoorbeeld de verhuurder).

      het bevoegd gezag: de overheidsinstantie die toeziet op de bouwregels (de gemeente)

      de certificerende instelling: de organisatie die jouw bedrijf het BRL-certificaat geeft en controleert.

      Wat staat er in een melding?

      Een melding bevat in elk geval:

      Melding
      • de gemeten concentratie CO (bijvoorbeeld 35 ppm), en
      • een beschrijving van de ruimte waar je hebt gemeten (bijvoorbeeld "woonkamer, open gaskachel, ramen dicht").
      Bron

      BRL 6000-25 §5.2.6 en §6.1; Kleintje Gas §1.1.2.

      3.8 Rapport

      Vastleggen: wat schrijf je op?

      Werk je onder het BRL-certificaat, dan moet je je controles vastleggen. Je verslag is ook je onderbouwing als je een toestel buiten bedrijf stelt.

      Van elke controle leg je vast:

      RapportVan elke controle
      Wat + aan welke eis
      CO in de ruimte
      Wie + wanneer
      jij, 15-10
      Met welk instrument
      CO-meter
      belangrijk als later blijkt dat die meter niet goed mat
      Uitkomst
      12 ppm
      Ook op het opleveringsrapport
      CO-melder geadviseerdjanee
      Gevonden afwijkingen + genomen maatregel
      SchetsVaste punten op je rapport

      De CO-meting in de opstellingsruimte is een vast punt op:

      • het opleverings- en beproevingsrapport (na installeren of in bedrijf stellen), en
      • de controlepunten bij onderhoud volgens de fabrikant.

      De lijsten in de bijlagen van de BRL zijn een samenvatting. Wat je moet controleren, staat in artikel 5.2 van de BRL. Dat artikel is leidend.

      Bron

      BRL 6000-25 §5.2.6, §5.3, bijlage 3 en bijlage 4; Kleintje Gas §1.1.2.

      3.9 Klant

      De klant of eigenaar informeren en overtuigen

      UIT Waarom uit?
      SchetsDe bewoner moet begrijpen waarom

      Je hebt gemeten, je hebt misschien het toestel afgesloten. Nu moet de bewoner of eigenaar begrijpen waarom, en wat er moet gebeuren. Jij vertelt de eigenaar wat de reden is van de te hoge CO, en je overtuigt hem van de maatregelen die nodig zijn om de installatie veilig te maken.

      Wat vertel je?

      1. 1
        Wat je hebt gemeten. Noem het getal en de ruimte. "In de woonkamer meet ik 30 ppm CO. Dat moet onder 5 ppm zijn."
      2. 2
        Wat dat betekent. CO is giftig en je merkt het niet (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.1, 2.3 en 2.10).
      3. 3
        Wat de oorzaak is, als je die hebt gevonden. Bijvoorbeeld een slechte verbranding, een lekkende of slecht trekkende afvoer, of te weinig ventilatie.
      4. 4
        Welke maatregelen nodig zijn om de installatie veilig te maken (zie hieronder).
      5. 5
        Wat je al hebt gedaan, bijvoorbeeld het toestel buiten bedrijf gesteld, en dat het zo moet blijven tot het probleem is opgelost.

      Welke maatregelen noem je?

        Bron

        Kleintje Gas §3.1.4 en §8.6.2.

        Wat moet de klant doen als de CO-melder afgaat?

        Vertel de klant na het plaatsen van een melder altijd wat hij bij alarm doet: direct in veiligheid, ramen en deuren open, naar buiten; is iemand onwel, 112 bellen; blijft het alarm gaan, de brandweer of de GGD waarschuwen. Stopt het alarm, dan is het probleem nog niet weg: de oorzaak moet altijd gevonden worden (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.10; het volledige stappenplan staat in hoofdstuk 10, paragraaf 10.12).

        Bron

        Kleintje Gas §3.1.4.

        Verplicht

        De CO-melder: verplicht advies

        Staat er een open toestel of een afvoerloos toestel (type A of B) en hangt er geen CO-melder? Dan moet je de klant adviseren om een CO-melder in de opstellingsruimte te plaatsen. Je kruist op het opleveringsrapport aan dat je dit hebt geadviseerd.

        Leg daarbij ook uit dat een CO-melder een extra vangnet is: hij vervangt geen onderhoud, geen controle van toestel en afvoer en geen rookmelder (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.10).

        Hoe je een CO-melder kiest, plaatst en controleert, lees je in hoofdstuk 10.

        Bron

        BRL 6000-25 §5.2.15 en bijlage 3; Kleintje Gas §2.4.1 en §3.1.4.

        Eerlijk en duidelijk blijven

        Bij twijfel van de klant geldt: de veiligheid gaat voor. Een toestel dat ontoelaatbaar veel CO geeft, stel je buiten bedrijf, ook als de klant dat liever niet wil (zie 3.6). Blijf bij je meting, noem het getal, en leg vast wat je hebt gezegd en gedaan.

        Bron

        BRL 6000-25 §6.1.

        Einde hoofdstuk 3

        Kort samengevat

        Jezelf
        • Persoonlijke CO-melder: altijd, op borsthoogte
        • Giftige lucht vermoed? Blijf buiten
        • Jouw Arbo-grens: 20 ppm over 8 uur, 100 ppm over 15 minuten
        Noodplan

        Melder gaat af, giftige lucht of iemand onwel:

        1. Ramen en deuren open
        2. Bron uit
        3. Iedereen naar buiten
        4. Slachtoffer naar buiten
        5. 112 bellen
        • De oorzaak moet altijd gevonden worden
        Meten
        • Elke opstellingsruimte, voor en na je werk
        • Ca. 1,7 m hoog en 1 m van het toestel
        • Gekalibreerde meter; de waarde op de meter is leidend
        Beoordelen
        • 5 tot en met 20 ppm: oorzaak wegnemen, opdrachtgever inlichten
        • Meer dan 20 ppm: niet veilig en meldplicht
        • Zonder acuut gevaar blijf je werken: ventileren, oorzaak zoeken, melden
        • 20 ppm is de meldgrens, geen veilige grens
        • Na het werk pas weer aan onder 5 ppm
        Buiten bedrijf en melden
        • Oorzaak niet weg te nemen: buiten bedrijf
        • Toch in bedrijf met te veel CO: kritieke afwijking
        • Meer dan 20 ppm: direct bewoner of gebruiker en eigenaar
        • Niet op te lossen: ook schriftelijk bevoegd gezag en certificerende instelling
        • Altijd met meetwaarde en beschrijving van de ruimte
        Vastleggen en adviseren
        • Wat, wie, wanneer, met welk instrument, welke uitkomst
        • CO-melder adviseren bij open en afvoerloze toestellen zonder melder
        Hoofdstuk 3

        Test jezelf

        Vijf vragen. Kies eerst zelf, dan zie je het antwoord met uitleg.

        Oefenen Microgames bij hoofdstuk 3

        Speel het na

        Oefen het meten en handelen: de meetwaarde, buiten bedrijf stellen en melden. De stof van dit hoofdstuk in twee korte games uit de app; een game duurt een paar minuten.