Terug naar de app Terug naar de app
PractiQ
CO-verlenging · Hoofdstuk 2
02 · Herkennen

CO: het onzichtbare gevaar

Koolmonoxide (CO) zie je niet, ruik je niet en proef je niet. Toch overlijden er in Nederland elk jaar mensen aan. Jij komt als monteur bij de toestellen waar het kan misgaan, dus jij moet de signalen kennen. In dit hoofdstuk leer je wat CO is, waar het vandaan komt, wat het met een mens doet en aan welke signalen je het herkent.

Scroll om te beginnen
Doelen6 doelen

Na dit hoofdstuk kun je:

  • uitleggen wat CO is en hoe het bij een gastoestel ontstaat;
  • uitleggen wat CO in het lichaam doet;
  • de klachten van CO-vergiftiging in de goede volgorde zetten, van licht naar zwaar, en koppelen aan concentratie en tijd;
  • signalen van CO herkennen bij bewoners, bij jezelf en aan het toestel en de afvoer;
  • benoemen in welke situaties en door welke factoren te veel CO ontstaat: toestel, luchttoevoer, rookgasafvoer, ventilatie, gasleiding en omgeving;
  • een eigenaar uitleggen waarom CO gevaarlijk is en waarom een CO-melder een extra vangnet is.

Hoe je meet, wat je doet bij te veel CO en wie je moet informeren, staat in hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 tot en met 3.7.

2.1 Ontstaan

Wat is CO en hoe ontstaat het?

CO (koolmonoxide) ontstaat bij onvolledige verbranding: door te weinig lucht of door een slecht verlopende verbranding. Hoe dat gaat, dat een toestel ongeveer 1 m3 lucht per uur per kW Bs nodig heeft en dat de hoeveelheid CO in het rookgas iets zegt over de verbranding, lees je in hoofdstuk 1, paragraaf 1.3 en 1.4.

Onvolledige verbranding kan bij aardgas, maar ook bij olie, kolen en hout. Elk toestel waarin iets brandt, kan dus CO maken: een cv-ketel, een geiser, een kachel, een open haard of een gasfornuis.

CO heeft drie eigenschappen die het zo verraderlijk maken:

  • het is zeer giftig;

  • het heeft geen geur, geen kleur en geen smaak;

  • mensen merken het daardoor niet op.

Let op

CO zelf ruik je nooit. "Het ruikt naar gas" wijst op een gaslek: aan aardgas is een geurstof toegevoegd. Ruik je een muffe, bedompte lucht, dan is het verstandig om CO te meten, want die lucht kan wijzen op te veel CO (zie 2.5).

Bron

NEN 8078 §5.1.2; Kleintje Gas §2.2.3, §2.2.4 en §3.1.4.

2.2 In je bloed

Wat doet CO in je lichaam?

Je bloed vervoert zuurstof door je lichaam. Dat doet een stof in je rode bloedcellen: hemoglobine. Zie het als een vrachtwagen met plekken waar zuurstof op wordt geladen.

CO hecht zich ook aan die hemoglobine. Het probleem: CO bindt ruim 200 keer sterker dan zuurstof. Op een plek waar CO vastzit, kan geen zuurstof meer bij. Je ademt dus wel, maar je bloed neemt minder zuurstof op. Dat noemen we CO-vergiftiging.

IN JE BLOED HEMOGLOBINE NAAR JE ORGANEN → ZUURSTOF CO
CO in de lucht
geenveel
Sleep
Zuurstof naar je organen4 van 4
SchetsHemoglobine als vrachtwagen

Bij CO-vergiftiging spelen twee dingen een rol: hoeveel CO er in de lucht zit en hoe lang iemand die lucht inademt.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

2.3 Klachten

De klachten: van licht naar zwaar

De volgorde

CO-vergiftiging begint licht en wordt steeds erger. De klachten komen in deze volgorde (zie figuur 2.1):

licht
  1. 1hoofdpijn
  2. 2misselijkheid
  3. 3benauwdheid (ook wel: kortademigheid)
  4. 4duizeligheid
  5. 5in elkaar zakken
  6. 6buiten bewustzijn raken
  7. 7overlijden
zwaar
Figuur 2.1 Klachten bij CO-vergiftiging, van licht naar zwaar.

Bij lage concentraties lijken de klachten op griep: lichte hoofdpijn, misselijk zijn, overgeven en moe zijn. Daardoor worden ze vaak niet herkend als CO-vergiftiging. Bij een hoge concentratie gaat het snel: bewusteloosheid, coma, blijvende hersenschade en de dood.

Onthoud

Hoofdpijn is meestal het eerste signaal. Overlijden is het laatste. Bewusteloosheid komt na duizeligheid en in elkaar zakken.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

Concentratie en tijd

De hoeveelheid CO in lucht meet je in ppm (parts per million, delen per miljoen). 1 ppm betekent: 1 deeltje CO op elk miljoen deeltjes lucht.

De tabel in figuur 2.2 laat zien hoe snel klachten komen bij een bepaalde concentratie. Lees hem zo: hoe hoger de concentratie, hoe sneller en hoe zwaarder de klachten.

CO in de lucht (ppm)Wat er gebeurtTijd tot klachten (min)
  1. 12.800

    Dodelijk binnen 1 tot 3 minuten

    1
  2. 3.200

    Dodelijk binnen 30 minuten

    5 tot 10
  3. 1.950

    Snel dodelijk

    15
  4. 800 tot 1.220

    Bewusteloos, stuiptrekkingen, ademhaling valt uit; waarschijnlijk dodelijk binnen een paar uur

    30 tot 45
  5. 350 tot 520

    Hoofdpijn, verward, in elkaar zakken, flauwvallen bij inspanning; mogelijk dodelijk als je er blijft

    60 tot 120
  6. 220

    Kortademig bij matige inspanning, af en toe hoofdpijn met kloppingen in de slaap

    120
  7. 120

    Hoofdpijn, prikkelbaar, snel moe, slechter kunnen nadenken, mogelijk duizelig, minder goed zien

    120
  8. 70

    Kortademig bij zware inspanning, mogelijk een gespannen gevoel op het voorhoofd

    (geen tijd genoemd)

Balken niet op schaal: hoe langer, hoe meer CO. 12.800 ppm is ruim 180 keer zoveel CO als 70 ppm.

Figuur 2.2 CO-concentratie, klachten en tijd tot klachten.
Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

Zo lees je de tabel bij een meetwaarde

Je meet zelden precies een getal uit de tabel. Dan kijk je naar de rijen erboven en eronder.

Voorbeeld. Je meet 2.500 ppm.

  1. Stap 1: zoek de rij erboven: 3.200 ppm, dodelijk binnen 30 minuten, klachten na 5 tot 10 minuten.

  2. Stap 2: zoek de rij eronder: 1.950 ppm, snel dodelijk, klachten na 15 minuten.

  3. Stap 3: 2.500 ppm ligt daartussen. Klachten komen dus binnen ongeveer 5 tot 15 minuten, en de situatie is levensgevaarlijk.

Voorbeeld 2

Voorbeeld 2. Je meet 1.000 ppm. Dat valt binnen de rij 800 tot 1.220 ppm: na 30 tot 45 minuten kan iemand bewusteloos raken.

Schuif daarna zelf naar een andere meetwaarde.

600ppm gemeten
8010.000 ppm
Sleep

Schuif de meetwaarde en lees de tijd af.

SchetsDe tabel lezen bij jouw meting
Let op

Ook een korte tijd in hoge CO is al zeer gevaarlijk. Daarom moet je CO snel opsporen.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

2.4 Risico

Hoe groot is het risico?

10

Elk jaar overlijden in Nederland ongeveer 10 mensen aan CO-vergiftiging. Veel meer mensen moeten naar het ziekenhuis. De echte aantallen zijn waarschijnlijk hoger, omdat niet elk ongeval herkend wordt als CO-ongeval.

Het risico is groter dan vroeger, omdat woningen luchtdichter zijn geworden.

VroegerVroeger werd niet kierdicht gebouwd.

NuDoor na-isolatie zijn kieren en naden vaak verdwenen.

SchetsKieren dicht, lucht blijft binnen

Daardoor is de kans op te hoge concentraties CO in huis groter.

Het grootste risico zit bij open toestellen: een afvoerloos toestel (type A) en een open toestel met afvoer en trekonderbreker (type B11) halen hun verbrandingslucht uit de ruimte waarin ze staan, een gesloten toestel (type C) haalt lucht van buiten (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.6 en 1.7).

Kom je zo'n toestel tegen, beoordeel dan of toestel en opstellingsruimte samen veilig zijn (zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.8). Jaarlijks onderhoud en een CO-melder zijn dan sterk aan te raden.

Bron

Kleintje Gas §2.4.1, §3.1.4 en §9.3.5.

Check

Zet de klachten in volgorde

Tik de klachten aan van licht naar zwaar. Begin met de eerste klacht.

2.5 Signalen

Signalen bij bewoners en bij jezelf

Signalen bij bewoners

Bewoners zeggen zelden "ik denk dat ik CO inadem". Ze vertellen over klachten. Let op deze signalen:

  • regelmatig hoofdpijn, vooral als het overgaat zodra ze buiten zijn;
  • misselijkheid of overgeven;
  • steeds moe zijn (chronische vermoeidheid);
  • duizeligheid.
THUIS BUITEN
SchetsThuis klachten, buiten niet

Lijkt het op griep, maar komt het steeds terug en alleen thuis? Denk dan aan CO.

Kom je binnen en valt je dit op, dan is het verstandig om CO te meten:

een bedompte of muffe lucht;

een hoge luchtvochtigheid (beslagen ramen, vochtige muren);

bewoners die klagen over vaak hoofdpijn of steeds moe zijn, terwijl ze buiten nergens last van hebben.

Signalen bij jezelf

Ook jij kunt CO binnenkrijgen. Je merkt het niet aan de lucht. Wel kun je dezelfde klachten krijgen: hoofdpijn, misselijk, benauwd of duizelig tijdens je werk. Wacht daar niet op.

op borsthoogte draag je hem altijd blijf buiten
SchetsJe eigen melder waarschuwt

Je persoonlijke CO-melder draag je daarom altijd, op borsthoogte, zodat hij je op tijd waarschuwt. Denk je dat er giftige lucht in een ruimte hangt? Blijf dan buiten.

Wat je daarna precies doet (ventileren, bewoners naar buiten, 112 bellen), staat in hoofdstuk 3, paragraaf 3.3.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

2.6 Oorzaak

Waar zit de oorzaak? Toestel, lucht en afvoer

Bij te veel CO zit de oorzaak meestal op een van deze drie plekken (zie figuur 2.3):

Tik een oorzaak aan: de plek licht op in de tekening.

En kijk ook naar:

Figuur 2.3 Waar CO vandaan kan komen: toestel, luchttoevoer, rookgasafvoer en omgeving (zie ook 2.8).

Zoek je de oorzaak, loop dan deze drie langs. Elk verbrandingstoestel is een mogelijke CO-bron.

Wat je aan het toestel ziet

Kijk kritisch naar het toestel, zeker bij een open toestel zoals een geiser, kachel of oude ketel.

De vlam. Kijk ook naar de waakvlam: die laat hetzelfde zien (figuur 2.4).

Onthoud

Geel-oranje vlam = zuurstoftekort = kans op CO.

Blauwe vlam = goede verbranding.

Figuur 2.4 Waakvlammen van onvolledige, onveilige verbranding (1) naar volledige, goede verbranding (4).

Corrosie, roest of roet. Zie je dat, dan is het toestel waarschijnlijk in slechte staat. Zo'n toestel brandt vaak slecht.

De rookgasafvoer. Is die goed aangelegd en is hij heel? Een losse, lekke of verkeerd gemonteerde afvoer laat rookgas in huis.

Damp op ramen of muren. Ramen of muren die beslaan kunnen erop wijzen dat de verbrandingsgassen niet goed worden afgevoerd. Bij de verbranding van gas ontstaat namelijk waterdamp.

Bron

Kleintje Gas §2.2.2, §2.4.1, §3.1.4, §4.2.3, §4.3.1, §9.3.4 en §9.3.5.

Figuur 2.4: getekend naar Kleintje Gas §3.1.4, afb. 3.2.

Drie gevaarlijke situaties bij open toestellen

Bij open toestellen, met of zonder afvoer, gaat het vaak mis in een van deze situaties (zie figuur 2.5):

bovenaanzicht buiten afvoerloze geiser O2 daalt rookgas blijft in de keuken a b c doorsnede woning hoger gebouw open geiser met afvoer lange afvoer, veel bochten a b c rookgas komt uit de spleet de kamer in doorsnede zolder open ketel ventilatiebox rookgas komt naar binnen onderdruk in de woning a b c
  • aafvoerloze geiser: het rookgas komt in de keuken zelf
  • braam dicht, geen rooster: er komt geen lucht binnen
  • cdeur dicht
Figuur 2.5 Drie gevaarlijke situaties bij open toestellen zonder en met afvoer.
  1. Geen ventilatie. Bijvoorbeeld een keuken met een geiser zonder luchttoevoer. Het toestel verbruikt de zuurstof in de ruimte. Bij een afvoerloze geiser komt het rookgas ook nog in de ruimte zelf. Daarom moet daar altijd genoeg ventilatie zijn: lucht erin en rookgas eruit. Nieuwe afvoerloze toestellen hebben daarom een atmosfeerbeveiliging (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.7).
  2. Te veel weerstand in de rookgasafvoer. Het rookgas kan er dan niet goed door. Let bij een open toestel met afvoer daarom op de juiste middellijn van de afvoer, de verhouding tussen lengte en trekhoogte en de plaats van de uitmonding.
  3. Onderdruk door mechanische ventilatie met te weinig luchttoevoer. Een mechanische afzuiging zuigt lucht uit de woning. Komt er te weinig lucht binnen, dan ontstaat onderdruk. Die onderdruk kan rookgas via de trekonderbreker naar binnen trekken.
Bron

NEN 3028 tabel 1a; Kleintje Gas §2.4.1, §2.4.2, §2.4.3 en §4.3.1.

2.7 Terugstromen

Rookgas dat terugstroomt

Waarom terugstromen zo gevaarlijk is

Bij een open toestel met trekonderbreker (een VATO, valwindafleider-trekonderbreker, zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.10) kan rookgas terugstromen de opstellingsruimte in. Dat gaat zo (zie figuur 2.6):

route rookgas (1 tot 5)daaltstijgt

Figuur 2.6 Terugstromend rookgas bij een open toestel met VATO en TTB.
  1. 1

    Rookgas komt de ruimte in.

  2. 2

    In de ruimte stijgt het gehalte aan waterdamp en CO2. Het gehalte aan zuurstof daalt.

  3. 3

    Het toestel zuigt deze slechte lucht weer aan als verbrandingslucht.

  4. 4

    Er is te weinig zuurstof, dus de verbranding wordt onvolledig.

  5. 5

    Er ontstaat CO, die ook weer de ruimte in kan komen.

Terugstromend rookgas bederft de lucht dus al voordat er CO is: er komt CO2 en waterdamp bij en er blijft minder zuurstof over.

Daarom heeft een open toestel met VATO een TTB (thermische terugslagbeveiliging), die het toestel uitzet als er lang warm rookgas terugstroomt (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.10).

Wanneer stroomt rookgas lang terug? Bijvoorbeeld bij harde wind die tegendruk geeft, in combinatie met een uitmonding op een verkeerde plek.

Let op

De TTB mag nooit buiten werking worden gesteld, ook niet om een storing te verhelpen. Valt een toestel vaak uit op de TTB, zoek dan direct de oorzaak, waarschijnlijk in de rookgasafvoer, en los die op.

Bron

Kleintje Gas §4.3.1, §4.3.2 en §8.6.2.

Figuur 2.6: getekend naar Kleintje Gas §4.3.2, afb. 4.8.

Signalen van rookgaslekkage naar de woning

Lekt er regelmatig rookgas uit het toestel of de afvoer de woning in, dan zie je vaak sporen (zie figuur 2.7). Let op:

bruine aanslag (verkleuring) op wanden en plafond, ook in de buurt van de rookgasafvoer. Kijk daarbij ook naar een afvoer die in een koof of kast is weggewerkt: bij de visuele controle van de afvoer let je op sporen van rookgaslekkage;

hoge luchtvochtigheid, zoals beslagen ramen en vochtige muren (rookgas bevat waterdamp);

vaak storing van het toestel doordat de TTB ingrijpt;

bij een toestel met ventilator (B22 of B23): vaak storing omdat het toestel te weinig lucht of rookgas verplaatst, en sporen van aantasting van materialen bij het toestel;

gezondheidsklachten bij de bewoners, zoals regelmatig hoofdpijn (zie 2.5).

Figuur 2.7 Signalen van rookgaslekkage naar de woning.

Terugslag bij de VATO toon je aan met een koude spiegel (dauwspiegel) die beslaat, of met een CO2-meter of rookgasmeter: verhoogd CO2 naast de VATO betekent dat er rookgas ontsnapt (zie ook hoofdstuk 1, paragraaf 1.10).

De sifon bij een HR-ketel

Een HR-ketel voert condenswater af via een toestelsifon. Het water in die sifon houdt het rookgas van de ketel tegen. Is de sifon niet gevuld met water, dan kan rookgas via de condensafvoer de opstellingsruimte in komen.

Tik op Sifon leeg en kijk waar het rookgas heen gaat.

SchetsWater in de sifon houdt rookgas tegen

Daarom vul je de sifon voordat je het toestel inschakelt, en controleer je bij onderhoud of de sifons gevuld en schoon zijn. Zonder gevulde sifon stel je het toestel niet in bedrijf. Meer hierover in hoofdstuk 7, paragraaf 7.7 en hoofdstuk 9, paragraaf 9.5.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4, §4.2.3, §4.3.1, §4.3.2, §8.6.2 en §9.3.4.

2.8 Omgeving

Factoren in de omgeving van het toestel

CO ontstaat niet alleen door het toestel. Ook de woning en de omgeving spelen mee. Dit zijn de factoren die je moet kennen (zie ook figuur 2.3).

Ventilatie en luchttoevoer

Luchttoevoer ontbreekt of is dichtgemaakt. Controleer of de ventilatievoorzieningen er zijn en niet zijn dichtgestopt. Een open toestel krijgt anders te weinig lucht.

Na-isolatie. Na isoleren of nieuwe kozijnen zijn kieren dicht. Vroeger kwam daar ongemerkt genoeg lucht door, ook als er geen toevoerrooster was. Na de verbouwing niet meer. Bij vervanging van een toestel moet je de luchttoevoer daarom altijd opnieuw beoordelen.

Meerdere open toestellen. De luchttoevoer moet genoeg zijn voor alle verbrandingstoestellen in de ruimte, ook voor de toestellen die al stonden en niet worden vervangen.

Mechanische ventilatie en afzuiging

Een woning met mechanische afzuiging (ook bij mechanische toe- en afvoer) en een open toestel met trekonderbreker (B11) is een gevaarlijke combinatie. De afzuiging maakt onderdruk en kan rookgas via de trekonderbreker naar binnen trekken. Bij mechanische afvoer zijn alleen een afvoerloze geiser (type A), een kooktoestel en een open toestel met ventilator (B22 of B23) toegestaan. Een B11 hoort alleen bij natuurlijke afvoer.

SchetsOnderdruk trekt rookgas naar binnen
  • Een afzuigkap of een ventilator in badkamer of toilet is geen mechanisch ventilatiesysteem van de woning. Naast een B11 mag zo'n ventilator, maar alleen als de toevoeropening groot genoeg is, VATO en TTB werken en met een test is aangetoond dat er geen rookgas terugstroomt (zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.5 en hoofdstuk 9, paragraaf 9.6).
  • Bij een B22 of B23 in een woning met mechanische ventilatie: is de ventilator van het toestel sterk genoeg om de weerstand van de afvoer te overwinnen? Neem daarbij ook de plaats van de uitmonding mee.

Hoe je de opstellingsruimte en het ventilatiesysteem beoordeelt en doorrekent, staat in hoofdstuk 4, paragraaf 4.5 tot en met 4.8.

Wind en uitmonding

De uitmonding is de plek waar het rookgas de afvoer verlaat, op het dak of in de gevel. Staat die op een verkeerde plek, dan kan wind tegendruk geven. Het rookgas stroomt dan terug, zoals je in 2.7 zag. De regels voor de uitmonding staan in hoofdstuk 6, paragraaf 6.2 tot en met 6.4.

Gestapelde bouw

In een flat of appartementencomplex kan CO ook uit een buurwoning komen. Vind je CO in de woning en is het eigen toestel in orde? Denk dan ook aan de buren.

SchetsWind en de buren

Luchtdichte woningen

Zoals in 2.4 gezegd: hoe luchtdichter de woning, hoe groter het risico op te veel CO en CO2 bij open toestellen.

De gasleiding: een ander gevaar

Een lekke gasleiding geeft geen CO, maar explosiegevaar. Kort wat je moet weten: de leiding is gasdicht als er minder dan 5 dm3 per uur weglekt, en bij elk aangesloten toestel zit een bereikbare aansluitkraan (of een goedgekeurde kraan op het toestel zelf die als aansluitkraan dient). Een ongebruikt aansluitpunt is afgedopt. Hoe je de dichtheid controleert, staat in hoofdstuk 8, paragraaf 8.3 en hoofdstuk 9, paragraaf 9.3.

Bron

NEN 3028 tabel 1a; NEN 8078 §5.2, §5.2.2 en §5.2.3; Kleintje Gas §3.1.4, §4.3.1, §4.3.2, §8.6.2, §9.3.4 en §9.3.5.

Check

Mag dit samen?

Een woning en een toestel. Kies of het mag.

2.9 Beoordelen

Een situatie beoordelen: zo doe je het

In de praktijk en op het examen krijg je een situatie: een woning, een toestel, klachten van bewoners, een meetwaarde. Werk dan steeds dezelfde volgorde af.

Zo doe je het

  1. 1

    Eigen veiligheid eerst. Draag je je persoonlijke CO-melder? Hoor je een alarm of vermoed je giftige lucht, ga dan niet zomaar naar binnen (zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.1).

  2. 2

    Luister en kijk bij binnenkomst. Muffe lucht? Hoge luchtvochtigheid? Klachten van bewoners die thuis erger zijn dan buiten?

  3. 3

    Welk toestel staat er? Open of gesloten? Afvoerloos (A), open met afvoer (B11, B22, B23) of gesloten (C)? Een open toestel vraagt extra aandacht.

  4. 4

    Het toestel. Kleur van de vlam, roet, roest, corrosie. Is een beveiliging overbrugd? Valt het vaak uit op de TTB, kijk dan extra goed naar de afvoer.

  5. 5

    De luchttoevoer. Is er een toevoeropening? Is die dichtgemaakt? Is de woning onlangs geïsoleerd?

  6. 6

    De rookgasafvoer. Heel en goed gemonteerd? Bruine aanslag, verkleuring of vocht in de buurt? Is de sifon gevuld (bij een HR-ketel)? Waar zit de uitmonding?

  7. 7

    De omgeving. Mechanische ventilatie, afzuigkap of badkamerventilator in combinatie met een open toestel? Gestapelde bouw met een mogelijke bron bij de buren?

  8. 8

    Meten en handelen. Meet de CO in de ruimte en in het rookgas, en handel volgens de grenswaarden. Dat staat in hoofdstuk 3, paragraaf 3.5 en hoofdstuk 8, paragraaf 8.7.

Onthoud

Een toestel waarbij te veel CO vrijkomt, mag je niet in bedrijf laten of in bedrijf stellen. Meer over de grenswaarden en het buiten bedrijf stellen in hoofdstuk 3, paragraaf 3.5 en 3.6.

Melden

Direct

Meet je meer dan 20 ppm CO in een ruimte waar mensen kunnen zijn? Dan meld je dat direct aan de bewoner of gebruiker en de eigenaar.

Daarna, schriftelijk

Kun je de oorzaak niet wegnemen, dan meld je het daarna ook schriftelijk aan het bevoegd gezag (de gemeente) en de certificerende instelling. Dit heet getrapt melden.

Wat je doet tussen 5 en 20 ppm, en de volledige werkwijze, staat in hoofdstuk 3, paragraaf 3.5 tot en met 3.7.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.6 en §6.1; Kleintje Gas §3.1.4.

Check

Wat valt je op?

Je komt binnen in deze keuken met een open geiser. Tik alles aan wat een signaal van CO is of het risico op CO groter maakt. Daarna: Laat zien.

0 aangetikt
2.10 Uitleggen

De eigenaar overtuigen

Je moet de eigenaar of bewoner kunnen uitleggen waarom CO gevaarlijk is en waarom alarmering belangrijk is. Deze punten neem je in je uitleg mee:

Je merkt CO niet. Geen geur, geen kleur, geen smaak. De eerste klachten lijken op griep.

Het kan snel gaan. Bij een hoge concentratie komen de klachten binnen enkele minuten en kan het binnen een half uur dodelijk zijn (tabel in figuur 2.2).

Open toestellen geven meer risico, zeker in een luchtdichte woning.

Onderhoud voorkomt CO. Periodiek onderhoud van het toestel en controle van de luchttoevoer en de rookgasafvoer verminderen het risico sterk.

Een CO-melder is een extra vangnet. Hang een CO-melder in of bij de ruimte met het toestel. Bij open toestellen is dat nog belangrijker. Maar een melder vervangt geen onderhoud of controle van toestel en afvoer. En een CO-melder is ook geen rookmelder.

Wat te doen bij een alarm: direct in veiligheid, ramen en deuren open, iedereen naar buiten. Is iemand onwel, bel dan 112. Blijft het alarm gaan, waarschuw dan de brandweer of de GGD. De oorzaak moet altijd gevonden worden (zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 en hoofdstuk 10, paragraaf 10.12).

Welke melder, waar je hem ophangt en hoe je hem controleert, staat in hoofdstuk 10, paragraaf 10.5 tot en met 10.11.

Bron

Kleintje Gas §2.4.1 en §3.1.4.

Einde hoofdstuk 2

Kort samengevat

  1. te weinig lucht
  2. je merkt het niet
  3. ruim 200 keer sterker
  4. licht naar zwaar
Wat CO is
  • CO ontstaat bij onvolledige verbranding: te weinig lucht of een slecht verlopende verbranding. Een toestel heeft ongeveer 1 m3 lucht per uur per kW Bs nodig.
  • CO is zeer giftig, reukloos, kleurloos en smaakloos. Je merkt het niet.
Wat het met je doet
  • CO bindt ruim 200 keer sterker aan hemoglobine dan zuurstof. Het bloed neemt dan minder zuurstof op.
  • Klachten in volgorde: hoofdpijn, misselijkheid, benauwdheid, duizeligheid, in elkaar zakken, buiten bewustzijn, overlijden. Lichte klachten lijken op griep.
  • Hoe hoger de concentratie en hoe langer iemand erin zit, hoe erger. Bij 3.200 ppm klachten na 5 tot 10 minuten en dodelijk binnen 30 minuten.
Oorzaken
  • De oorzaak zit meestal in het toestel, de luchttoevoer of de rookgasafvoer. Geel-oranje vlam, roet, roest en een lekke afvoer zijn waarschuwingen.
  • Risicofactoren in de omgeving: dichtgemaakte luchttoevoer, na-isolatie, mechanische afzuiging bij een open toestel, verkeerde uitmonding, CO uit een buurwoning.
Signalen
  • Signalen van rookgaslekkage: bruine aanslag, verkleuring of vocht bij de afvoer, beslagen ramen, vaak uitvallen op de TTB, klachten van bewoners. CO ruik je niet; een muffe, bedompte lucht is wel een reden om te meten.
Hoofdstuk 2

Test jezelf

Vijf vragen. Kies eerst zelf, dan zie je het antwoord met uitleg.

Oefenen Microgames bij hoofdstuk 2

Speel het na

Oefen het herkennen: situaties, signalen en de barrieres tussen bron en bewoner. De stof van dit hoofdstuk in drie korte games uit de app; een game duurt een paar minuten.