Je kunt een toestel goed onderhouden en toch niet alles uitsluiten. Een rookgasafvoer kan na jouw bezoek losraken, of de buren hebben een slecht toestel. Een CO-melder is dan de laatste waarschuwing voor de bewoner.
In dit hoofdstuk leer je wanneer je een melder adviseert, waar hij moet hangen, en wat je de klant vertelt over schoonmaken en testen.
Je ruikt, ziet en proeft CO niet, en de eerste klachten lijken op griep. Hoe CO ontstaat en wat het doet, lees je in hoofdstuk 2 (paragraaf 2.1 tot en met 2.3). Een melder neemt het gas wel waar en geeft dan alarm.
De basis blijft goed onderhoud en een goede controle van luchttoevoer en rookgasafvoer. Een CO-melder is een extra maatregel bovenop dat werk. Bij open toestellen en in luchtdichte woningen is de melder nog belangrijker (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.4).
een CO-melder vervangt geen onderhoud of controle van toestel en rookgasafvoer. Hij vervangt ook geen rookmelder.
Kleintje Gas §3.1.4.
CO-melder. Een melder bevat een sensor die CO in de lucht waarneemt. Is er te veel CO, dan geeft de melder alarm. Een gewone melder werkt op een batterij. De sensor in de melder veroudert. Na een aantal jaren moet de hele melder daarom worden vervangen. Hoe lang dat is, staat in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.
CO-stop. Ook een CO-stop waarschuwt de bewoners, met licht en geluid. Maar hij doet meer. Meet hij een tijd lang te veel CO, dan schakelt hij ook het toestel uit.
Een CO-stop werkt niet op batterijen, maar op netstroom (het stopcontact). Dat is een belangrijk verschil met een gewone melder.
Kleintje Gas §3.1.4.
Als vakman moet je de klant in een aantal situaties een CO-melder adviseren. Dat is geen vrijblijvende tip. De BRL schrijft het voor, en je legt het vast.
er een open toestel of een afvoerloos toestel staat en er hangt geen CO-melder. Open met afvoer is type B, afvoerloos is type A (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.7). Je adviseert dan een melder in de opstellingsruimte van dat toestel.
je bij je controle geen fouten vindt, maar je niet kunt bewijzen dat alles in orde is. Bijvoorbeeld: je kunt een deel van de rookgasafvoer niet zien, dus je weet niet of die goed is. Je adviseert dan een CO-melder. Daarnaast adviseer je om de installatie verder te laten onderzoeken, zoals de staat van de rookgasafvoer.
er van een gemeenschappelijk systeem voor luchttoevoer en rookgasafvoer (CLV-systeem) geen geschiktheidsverklaring is. Dan adviseer je melders in de opstellingsruimten van de toestellen.
Bij andere gastoestellen is een melder een extra maatregel die je kunt aanraden. Elk verbrandingstoestel kan een CO-bron zijn (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.6). Staat er een open toestel, raad dan naast jaarlijks onderhoud altijd een melder aan.
Vastleggen. In het opleverings- en beproevingsrapport staat de vraag of je een CO-melder hebt geadviseerd (ja of nee). Vul die altijd in. Zo kun je later laten zien dat je het advies hebt gegeven.
een melder ophangen is geen oplossing voor een gevaarlijke situatie. Meet je CO in de ruimte of vind je een gevaarlijk gebrek, dan los je dat eerst op of stel je het toestel buiten bedrijf (zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.6). De melder komt daarna, als extra bescherming.
BRL 6000-25 §5.2.11, §5.2.15, §5.3 en bijlage 3; Kleintje Gas §2.4.1 en §3.1.4.
Lees de situatie en kies wat je doet.
Brandweer Nederland heeft onderzocht waar je CO-melders het best kunt ophangen. Daaruit komen drie beschermingsniveaus. Hoe hoger het niveau, hoe beter de bewoner beschermd is.
In elke ruimte met een mogelijke CO-bron
Niveau 1 plus in of bij de slaapkamers
Niveau 1 en 2 plus op elke verdieping en in ruimten waar je vaak of lang bent (woonkamer, studeerkamer)
Wat is een bronruimte? Een ruimte waar een mogelijke CO-bron is. Denk aan de ruimte met de cv-ketel, de geiser of de kachel. Maar ook een ruimte waar alleen de rookgasafvoer doorheen loopt, zoals een zolder met een rookgasleiding of een kamer met een schoorsteenkanaal.
Niveaus stapelen. De niveaus bouwen op elkaar voort (zie figuur 10.1). Wil je niveau 2, dan hangen er melders volgens niveau 1 en volgens niveau 2. Voor niveau 3 heb je alle drie nodig. Een woonkamer met een open haard is een voorbeeld waar niveau 3 wordt geadviseerd.
Wie is leidend? Het installatievoorschrift van de fabrikant van de melder gaat voor het advies van de brandweer. Staat in de handleiding van de melder een andere plek, dan volg je de handleiding. Plaats je een nieuwe melder of controleer je een melder die er al hangt? Dan wil de BRL dat je twee dingen naast elkaar legt: het brandweeradvies over plaats en beschermingsniveau, en de papieren die bij de melder horen (gebruiksaanwijzing en installatievoorschrift).
BRL 6000-25 §5.2.15; Kleintje Gas §3.1.4.
Elke stip is een melder. Kies het beschermingsniveau.
In een bronruimte hang je de melder bij voorkeur aan het plafond. Gaat dat niet, dan aan de muur (zie figuur 10.2).
Ook aan de muur blijf je uit de hoek: hang de muurmelder minimaal 0,30 m van de zijwand (zie figuur 10.2).
Figuur 10.2: getekend naar Kleintje Gas §3.1.4, afb. 3.3.
Waarom niet dichter dan 1 meter? Hangt de melder te dicht bij het toestel, zoals een open haard of een cv-ketel, dan kan hij alarm geven zonder dat er echt gevaar is. Zo'n onnodig alarm wil je voorkomen. Daarom hangt de melder minimaal 1 en maximaal 3 meter van de bron.
Kleintje Gas §3.1.4.
Rekenvoorbeeld. Een cv-ketel hangt in een bijkeuken van 2,5 bij 3 meter. De klant wil de melder recht boven de ketel tegen het plafond. Dat is minder dan 1 meter horizontaal. Niet goed. Je kiest een plek aan het plafond, zo veel mogelijk midden in de ruimte. Je meet: 1,4 m van de ketel en 0,9 m van de dichtstbijzijnde muur. Dat valt binnen 1 tot 3 m en is meer dan 30 cm van de muur. Goed.
een melder aan de muur hoort niet op ooghoogte in een bronruimte. Hij moet 15 tot 80 cm onder het plafond hangen en hoger dan deuren en ramen.
Tik op een plek aan het plafond. Twee van de zeven plekken zijn goed.
Nog geen plek gekozen.
Kleintje Gas §3.1.4.
In een slaapkamer of een andere ruimte waar mensen verblijven, hang je de melder op ademhoogte: de hoogte waarop iemand ademt als hij in die ruimte is (zie figuur 10.4).
Slaapkamer (niveau 2). Mensen liggen in bed. Ademhoogte is dus de hoogte waarop je slaapt. Hang de melder aan de muur bij het bed, ongeveer op de hoogte van het hoofd van wie er ligt.
Woonkamer, studeerkamer en andere verblijfsruimten (niveau 3). Ook hier kies je ademhoogte. Die hangt af van wat mensen er doen. Zitten ze vooral, zoals aan een bureau of op de bank? Dan is het zithoogte. Lopen ze vooral rond? Dan is het loophoogte.
Noemt de fabrikant van de melder in de handleiding een hoogte, dan hang je hem op die hoogte.
bronruimte: hoog (plafond, of muur vlak onder het plafond). Slaapkamer en woonkamer: op ademhoogte (slaap-, zit- of loophoogte).
Figuur 10.4: getekend naar Kleintje Gas §3.1.4, afb. 3.4 en 3.5.
Kleintje Gas §3.1.4.
Sommige plekken zijn ongeschikt voor een melder (zie figuur 10.5). Hang een melder niet:
Zo onthoud je het: hang de melder in droge kamerlucht die vrij bij de melder kan komen. Plekken met tocht of ventilatie, damp, vuil of grote temperatuurverschillen zijn ongeschikt.
Tik alle plekken die ongeschikt zijn. Tik daarna op Klaar.
Kleintje Gas §3.1.4.
Een CO-stop hoort bij het toestel dat hij moet uitschakelen. Je plaatst hem zoals een melder in een bronruimte (zie 10.5 en figuur 10.2):
Ook de lijst met ongeschikte plekken uit 10.7 geldt. Geeft de installatie-instructie van de CO-stop een andere plek, dan volg je die: de instructie gaat voor.
Bij een cv-ketel zit de CO-stop met een tussenstekker tussen het stopcontact en de ketel. Bij te veel CO valt de stroom naar de ketel weg.
Kleintje Gas §3.1.4.
Niet elke melder is goed. CO-melders vallen onder de Europese norm EN 50291. Die heeft twee delen:
EN 50291-1: melders voor woningen en andere woongebouwen. Dit is de melder die jij in een woning ophangt;
EN 50291-2: melders voor recreatievoertuigen, zoals een caravan, camper of boot.
In een woning hoort dus een melder volgens EN 50291-1. Lees ook de gebruiksaanwijzing die bij de melder hoort: daarin staat hoe je hem plaatst, test en onderhoudt.
Hang je een nieuwe melder op of controleer je een melder die er al hangt? Kijk dan of hij aan deze eis voldoet.
Volgens een onderzoek van de NVWA uit 2015 voldoen sommige melders die al in woningen hangen niet. Controleer daarom bij een bestaande melder of het type wel geschikt is (zie 10.10).
EN 50291-1 en -2; Kleintje Gas §3.1.4.
Een melder hangt jaren aan de muur. Stof, rook en de tijd doen zijn werk. Stel de klant daarom voor om de melder of CO-stop te laten controleren bij het onderhoud van de cv-ketel. Jij bent er dan toch al.
Tik op een nummer in de tekening of op een stap.
bij een melder die er al hangt, loop je altijd zes punten na: type, plaats, stof, batterij, werking en vervangingsdatum. Wat niet goed is, meld je de eigenaar, met een advies om te verbeteren of te vervangen.
Oude melders. Een afgedankte melder of CO-stop is een klein elektrisch apparaat. Gooi hem niet bij het restafval. Je kunt hem als monteur terugnemen, of de klant levert hem in bij een inleverpunt voor kleine elektrische apparaten.
de BRL rekent het plaatsen van melders, het controleren van type en plaats, de functiecontrole en het nakijken van batterijstatus en vervaldatum tot de vakbekwaamheid van de monteur. Je moet dit dus kunnen laten zien.
BRL 6000-25 bijlage 1; Kleintje Gas §3.1.4.
Een melder heeft alleen zin als hij ook echt alarm geeft. Daarom hoort een functiecontrole bij elke controle van de melder: je test of het alarm echt afgaat. Neem dit mee bij het onderhoud van de cv-ketel.
Hoe test je? Volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de melder. Bedenk niet zelf een manier, maar lees de handleiding.
testen, batterij en vervangingsdatum horen bij elkaar. Alle drie controleer je bij het onderhoud, en alle drie leg je de eigenaar uit.
BRL 6000-25 bijlage 1; Kleintje Gas §3.1.4.
Na het ophangen vertel je de klant wat hij moet doen als de melder afgaat. Hij moet dat weten voordat het nodig is.
Bij alarm:
Breng jezelf en de andere bewoners direct in veiligheid.
Zet ramen en deuren open.
Ga meteen naar buiten, de frisse lucht in.
Is iemand onwel? Bel dan direct 112.
Blijft het alarm aanhouden? Waarschuw dan de brandweer of de GGD.
Laat de oorzaak van het alarm zoeken.
Gestapelde bouw. Gaat de melder af terwijl het eigen toestel in orde lijkt, denk dan ook aan de buren (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.8 en hoofdstuk 3, paragraaf 3.2).
Kleintje Gas §3.1.4.
In de praktijk en op het examen krijg je een situatie voorgelegd. Werk dan deze stappen af.
Voorbeeld. Je doet onderhoud aan een open toestel (type B11) in een keuken. Er hangt geen melder.
Stap 1. Is er nu gevaar?
Meet je CO in de ruimte of zie je een gevaarlijk gebrek? Dan eerst handelen volgens hoofdstuk 3 (noodplan in paragraaf 3.3, meetwaarde in 3.5). Een melder is geen oplossing voor een gebrek.
Het toestel is in orde, de CO-meting in de ruimte is goed.
Stap 2. Moet ik een melder adviseren?
Verplicht bij de drie gevallen uit 10.3:
open of afvoerloos toestel zonder melder niet te bewijzen dat alles goed is CLV-systeem zonder geschiktheidsverklaring
Bij een ander gastoestel raad je hem aan als extra maatregel.
Leg in het rapport vast of je een melder hebt geadviseerd.
Toch moet je een melder adviseren, omdat het een open toestel is zonder melder.
Je zet in het rapport dat je een melder hebt geadviseerd.
Stap 3. Welk beschermingsniveau?
Begin bij niveau 1 (primair): elke ruimte met een CO-bron, ook ruimten waar alleen de rookgasafvoer doorheen loopt. Wil de klant meer, dan niveau 2 (plus slaapkamers) of niveau 3 (plus elke verdieping en verblijfsruimten).
Stap 4. Welke plek in de ruimte?
Je adviseert een melder in de keuken, maar niet boven de kookplaat of de gootsteen en niet bij de afzuigkap. Aan het plafond, 1 tot 3 m van het toestel.
Stap 5. Hangt er al een melder?
Controleer hem zoals bij het onderhoud (10.10) en zie de oefencasus hieronder. Is er iets mis, meld het de klant en adviseer verbeteren of vervangen.
Stap 6. Klant informeren.
Uitleg met de handleiding, handleiding overhandigen, uitleggen wat te doen bij alarm, hoe hij schoonmaakt en test.
BRL 6000-25 §5.2.11, §5.2.15, §5.3 en bijlage 3; Kleintje Gas §3.1.4.
Lees eerst de situatie. Bedenk zelf de antwoorden en kijk daarna pas naar de uitwerking.
Situatie. Je doet onderhoud aan een open cv-ketel (type B) in een bijkeuken. De CO-meting in de ruimte is goed en aan de ketel vind je geen gebrek. Er hangt al een CO-melder. Hij ligt boven op een hoge kast, half weggezakt achter de rand, vlak naast de buitendeur. Op de achterkant staat een vervangingsdatum die een jaar geleden is verstreken. De gaatjes in de melder zitten vol stof.
Tik in de bijkeuken alles wat niet klopt. Tik daarna op Klaar.
Uitwerking:
Bedenk eerst je eigen antwoord.
Uitwerking:
Bedenk eerst je eigen antwoord.
Uitwerking: in het opleverings- en beproevingsrapport vul je de vraag in of je een CO-melder hebt geadviseerd. Hier is dat ja: je hebt een nieuwe melder op een goede plek geadviseerd.
BRL 6000-25 §5.2.15, bijlage 1 en bijlage 3; Kleintje Gas §3.1.4.
Na de casus nog vijf korte vragen. Kies of denk eerst zelf, dan zie je het antwoord met uitleg.
Hang de melders op de juiste plek. De stof van dit hoofdstuk in een korte game uit de app; een game duurt een paar minuten.