Terug naar de app Terug naar de app
PractiQ
CO-verlenging · Hoofdstuk 10
10 · De laatste waarschuwing

CO-melders

Je kunt een toestel goed onderhouden en toch niet alles uitsluiten. Een rookgasafvoer kan na jouw bezoek losraken, of de buren hebben een slecht toestel. Een CO-melder is dan de laatste waarschuwing voor de bewoner.

In dit hoofdstuk leer je wanneer je een melder adviseert, waar hij moet hangen, en wat je de klant vertelt over schoonmaken en testen.

Scroll om te beginnen
Doelen6 doelen

Na dit hoofdstuk kun je:

  • uitleggen wat een CO-melder en een CO-stop doen en wat het verschil is;
  • zeggen wanneer je de klant een CO-melder moet adviseren;
  • de juiste plek voor een melder kiezen volgens beschermingsniveau 1, 2 of 3;
  • plekken herkennen waar een melder niet mag hangen;
  • bij het onderhoud de melder controleren en de klant uitleggen hoe hij de melder schoonhoudt en test;
  • de klant vertellen wat hij moet doen als de melder afgaat.
10.1 Waarom

Waarom een CO-melder?

Je ruikt, ziet en proeft CO niet, en de eerste klachten lijken op griep. Hoe CO ontstaat en wat het doet, lees je in hoofdstuk 2 (paragraaf 2.1 tot en met 2.3). Een melder neemt het gas wel waar en geeft dan alarm.

De basis blijft goed onderhoud en een goede controle van luchttoevoer en rookgasafvoer. Een CO-melder is een extra maatregel bovenop dat werk. Bij open toestellen en in luchtdichte woningen is de melder nog belangrijker (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.4).

Onthoud

een CO-melder vervangt geen onderhoud of controle van toestel en rookgasafvoer. Hij vervangt ook geen rookmelder.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

10.2 Twee apparaten

Melder en CO-stop: hoe werken ze?

CO-melder. Een melder bevat een sensor die CO in de lucht waarneemt. Is er te veel CO, dan geeft de melder alarm. Een gewone melder werkt op een batterij. De sensor in de melder veroudert. Na een aantal jaren moet de hele melder daarom worden vervangen. Hoe lang dat is, staat in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.

CO-stop. Ook een CO-stop waarschuwt de bewoners, met licht en geluid. Maar hij doet meer. Meet hij een tijd lang te veel CO, dan schakelt hij ook het toestel uit.

  • Bij een toestel dat stroom nodig heeft, zoals een cv-ketel, onderbreekt de CO-stop de stroom naar het toestel.
  • Er zijn ook CO-stops met een speciale gasklep. Die sluit de gastoevoer af van toestellen zonder stekker, zoals een geiser of een gashaard.

Een CO-stop werkt niet op batterijen, maar op netstroom (het stopcontact). Dat is een belangrijk verschil met een gewone melder.

CO-melderCO-stop
Waarschuwt de bewonersjaja (licht en geluid)
Schakelt het toestel uitneeja (stroom, of gas via een klep)
Voedingmeestal batterijnetstroom
Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

10.3 Adviseren

Wanneer adviseer je een CO-melder?

Als vakman moet je de klant in een aantal situaties een CO-melder adviseren. Dat is geen vrijblijvende tip. De BRL schrijft het voor, en je legt het vast.

Je moet een melder adviseren als:

  1. 1

    er een open toestel of een afvoerloos toestel staat en er hangt geen CO-melder. Open met afvoer is type B, afvoerloos is type A (zie hoofdstuk 1, paragraaf 1.7). Je adviseert dan een melder in de opstellingsruimte van dat toestel.

  2. 2

    je bij je controle geen fouten vindt, maar je niet kunt bewijzen dat alles in orde is. Bijvoorbeeld: je kunt een deel van de rookgasafvoer niet zien, dus je weet niet of die goed is. Je adviseert dan een CO-melder. Daarnaast adviseer je om de installatie verder te laten onderzoeken, zoals de staat van de rookgasafvoer.

  3. 3

    er van een gemeenschappelijk systeem voor luchttoevoer en rookgasafvoer (CLV-systeem) geen geschiktheidsverklaring is. Dan adviseer je melders in de opstellingsruimten van de toestellen.

Bij andere gastoestellen is een melder een extra maatregel die je kunt aanraden. Elk verbrandingstoestel kan een CO-bron zijn (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.6). Staat er een open toestel, raad dan naast jaarlijks onderhoud altijd een melder aan.

Vastleggen. In het opleverings- en beproevingsrapport staat de vraag of je een CO-melder hebt geadviseerd (ja of nee). Vul die altijd in. Zo kun je later laten zien dat je het advies hebt gegeven.

Let op

een melder ophangen is geen oplossing voor een gevaarlijke situatie. Meet je CO in de ruimte of vind je een gevaarlijk gebrek, dan los je dat eerst op of stel je het toestel buiten bedrijf (zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.6). De melder komt daarna, als extra bescherming.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.11, §5.2.15, §5.3 en bijlage 3; Kleintje Gas §2.4.1 en §3.1.4.

Oefening

Wat doe je?

Lees de situatie en kies wat je doet.

10.4 Kern

Beschermingsniveau 1, 2 en 3

Brandweer Nederland heeft onderzocht waar je CO-melders het best kunt ophangen. Daaruit komen drie beschermingsniveaus. Hoe hoger het niveau, hoe beter de bewoner beschermd is.

Waar hangen melders?
1
Niveau 1 (primair)

In elke ruimte met een mogelijke CO-bron

Bescherming: basis
2
Niveau 2 (secundair)

Niveau 1 plus in of bij de slaapkamers

Bescherming: beter
3
Niveau 3 (tertiair)

Niveau 1 en 2 plus op elke verdieping en in ruimten waar je vaak of lang bent (woonkamer, studeerkamer)

Bescherming: best
Figuur 10.1 Beschermingsniveau 1, 2 en 3 in een woning: elk getal is een melder van dat niveau.

Wat is een bronruimte? Een ruimte waar een mogelijke CO-bron is. Denk aan de ruimte met de cv-ketel, de geiser of de kachel. Maar ook een ruimte waar alleen de rookgasafvoer doorheen loopt, zoals een zolder met een rookgasleiding of een kamer met een schoorsteenkanaal.

Niveaus stapelen. De niveaus bouwen op elkaar voort (zie figuur 10.1). Wil je niveau 2, dan hangen er melders volgens niveau 1 en volgens niveau 2. Voor niveau 3 heb je alle drie nodig. Een woonkamer met een open haard is een voorbeeld waar niveau 3 wordt geadviseerd.

Wie is leidend? Het installatievoorschrift van de fabrikant van de melder gaat voor het advies van de brandweer. Staat in de handleiding van de melder een andere plek, dan volg je de handleiding. Plaats je een nieuwe melder of controleer je een melder die er al hangt? Dan wil de BRL dat je twee dingen naast elkaar legt: het brandweeradvies over plaats en beschermingsniveau, en de papieren die bij de melder horen (gebruiksaanwijzing en installatievoorschrift).

1Eerst de fabrikant van de melder
2Dan het brandweeradvies
Bron

BRL 6000-25 §5.2.15; Kleintje Gas §3.1.4.

Oefening

Welk niveau heeft deze woning?

Elke stip is een melder. Kies het beschermingsniveau.

10.5 Niveau 1

De melder in de ruimte met het toestel (niveau 1)

In een bronruimte hang je de melder bij voorkeur aan het plafond. Gaat dat niet, dan aan de muur (zie figuur 10.2).

Figuur 10.2 De melder in de ruimte met het toestel: aan het plafond of, als dat niet kan, aan de muur.
Aan het plafond:
  • horizontaal 1 tot 3 meter van de CO-bron;
  • zo veel mogelijk midden in de ruimte;
  • minimaal 30 cm van de muren.
Aan de muur (als het plafond niet kan):
  • 15 tot 80 cm onder het plafond;
  • hoger dan de bovenkant van deuren en ramen in die ruimte;
  • horizontaal 1 tot 3 meter van de CO-bron.

Ook aan de muur blijf je uit de hoek: hang de muurmelder minimaal 0,30 m van de zijwand (zie figuur 10.2).

Bron

Figuur 10.2: getekend naar Kleintje Gas §3.1.4, afb. 3.3.

Bij een schuin plafond (zie figuur 10.3):

  • horizontaal 1 tot 3 meter van de CO-bron;
  • aan de hoge kant van het schuine plafond.
Figuur 10.3 Bij een schuin plafond hangt de melder aan de hoge kant, horizontaal 1 tot 3 m van de bron.

Waarom niet dichter dan 1 meter? Hangt de melder te dicht bij het toestel, zoals een open haard of een cv-ketel, dan kan hij alarm geven zonder dat er echt gevaar is. Zo'n onnodig alarm wil je voorkomen. Daarom hangt de melder minimaal 1 en maximaal 3 meter van de bron.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

Rekenvoorbeeld. Een cv-ketel hangt in een bijkeuken van 2,5 bij 3 meter. De klant wil de melder recht boven de ketel tegen het plafond. Dat is minder dan 1 meter horizontaal. Niet goed. Je kiest een plek aan het plafond, zo veel mogelijk midden in de ruimte. Je meet: 1,4 m van de ketel en 0,9 m van de dichtstbijzijnde muur. Dat valt binnen 1 tot 3 m en is meer dan 30 cm van de muur. Goed.

Let op

een melder aan de muur hoort niet op ooghoogte in een bronruimte. Hij moet 15 tot 80 cm onder het plafond hangen en hoger dan deuren en ramen.

Zoek zelf: bijkeuken van bovenaf

Tik op een plek aan het plafond. Twee van de zeven plekken zijn goed.

Nog geen plek gekozen.

0 van 2 goede plekken gevonden
Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

10.6 Niveau 2 en 3

Ruimten zonder toestel: slaapkamer en woonkamer (niveau 2 en 3)

In een slaapkamer of een andere ruimte waar mensen verblijven, hang je de melder op ademhoogte: de hoogte waarop iemand ademt als hij in die ruimte is (zie figuur 10.4).

Slaapkamer (niveau 2). Mensen liggen in bed. Ademhoogte is dus de hoogte waarop je slaapt. Hang de melder aan de muur bij het bed, ongeveer op de hoogte van het hoofd van wie er ligt.

Woonkamer, studeerkamer en andere verblijfsruimten (niveau 3). Ook hier kies je ademhoogte. Die hangt af van wat mensen er doen. Zitten ze vooral, zoals aan een bureau of op de bank? Dan is het zithoogte. Lopen ze vooral rond? Dan is het loophoogte.

Figuur 10.4 Melder op ademhoogte: a. in de slaapkamer op slaaphoogte, b. in de werkkamer op zithoogte.

Noemt de fabrikant van de melder in de handleiding een hoogte, dan hang je hem op die hoogte.

Onthoud

bronruimte: hoog (plafond, of muur vlak onder het plafond). Slaapkamer en woonkamer: op ademhoogte (slaap-, zit- of loophoogte).

Bron

Figuur 10.4: getekend naar Kleintje Gas §3.1.4, afb. 3.4 en 3.5.

Kleintje Gas §3.1.4.

10.7 Ongeschikt

Waar een melder niet mag hangen

Sommige plekken zijn ongeschikt voor een melder (zie figuur 10.5). Hang een melder niet:

  • boven een kookplaat of een gootsteen;
  • in een vochtige of natte ruimte;
  • naast een raam of een deur;
  • bij een afzuigkap, een rooster voor toevoer of afvoer van ventilatielucht, een (plafond)ventilator of een ventilatiebox;
  • te dicht bij een gasontladingslamp (tl of halogeen);
  • op een plek zonder vrije luchtstroom, zoals achter een kast of een gordijn;
  • in een ruimte met veel rook of olie;
  • in een ruimte waar veel gassen of stof vrijkomen, zoals een ruimte waar geverfd wordt. Dat vervuilt de sensor. Ook roken binnenshuis vervuilt de sensor;
  • op een plek met grote temperatuurverschillen;
  • buiten.

Zo onthoud je het: hang de melder in droge kamerlucht die vrij bij de melder kan komen. Plekken met tocht of ventilatie, damp, vuil of grote temperatuurverschillen zijn ongeschikt.

Zoekplaat

Waar mag hier geen melder hangen?

Tik alle plekken die ongeschikt zijn. Tik daarna op Klaar.

0 aangetikt

Figuur 10.5 Ongeschikte plekken voor een CO-melder.
Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

10.8 CO-stop

Waar komt de CO-stop?

Een CO-stop hoort bij het toestel dat hij moet uitschakelen. Je plaatst hem zoals een melder in een bronruimte (zie 10.5 en figuur 10.2):

  • horizontaal minimaal 1 en maximaal 3 meter van het toestel;
  • aan de muur minimaal 0,15 m (en hooguit 0,80 m) onder het plafond, boven deuren en ramen.

Ook de lijst met ongeschikte plekken uit 10.7 geldt. Geeft de installatie-instructie van de CO-stop een andere plek, dan volg je die: de instructie gaat voor.

Schets Te veel CO: de CO-stop geeft alarm en de stroom naar de ketel valt weg.

Bij een cv-ketel zit de CO-stop met een tussenstekker tussen het stopcontact en de ketel. Bij te veel CO valt de stroom naar de ketel weg.

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

10.9 De melder zelf

Aan welke eisen moet de melder zelf voldoen?

Niet elke melder is goed. CO-melders vallen onder de Europese norm EN 50291. Die heeft twee delen:

EN 50291-1

EN 50291-1: melders voor woningen en andere woongebouwen. Dit is de melder die jij in een woning ophangt;

EN 50291-2

EN 50291-2: melders voor recreatievoertuigen, zoals een caravan, camper of boot.

In een woning hoort dus een melder volgens EN 50291-1. Lees ook de gebruiksaanwijzing die bij de melder hoort: daarin staat hoe je hem plaatst, test en onderhoudt.

Hang je een nieuwe melder op of controleer je een melder die er al hangt? Kijk dan of hij aan deze eis voldoet.

Volgens een onderzoek van de NVWA uit 2015 voldoen sommige melders die al in woningen hangen niet. Controleer daarom bij een bestaande melder of het type wel geschikt is (zie 10.10).

Bron

EN 50291-1 en -2; Kleintje Gas §3.1.4.

10.10 Bij het onderhoud

Onderhoud en schoonmaken

Een melder hangt jaren aan de muur. Stof, rook en de tijd doen zijn werk. Stel de klant daarom voor om de melder of CO-stop te laten controleren bij het onderhoud van de cv-ketel. Jij bent er dan toch al.

Zo doe je het: controle van een melder bij het ketelonderhoud

Tik op een nummer in de tekening of op een stap.

Onthoud

bij een melder die er al hangt, loop je altijd zes punten na: type, plaats, stof, batterij, werking en vervangingsdatum. Wat niet goed is, meld je de eigenaar, met een advies om te verbeteren of te vervangen.

  1. Zes controlepunten
  2. 1Juist type? Is de melder geschikt en voldoet hij aan EN 50291-1 (zie 10.9)?
  3. 2Juiste plaats? Hangt hij volgens het voorschrift van de fabrikant en het brandweeradvies (zie 10.4 tot en met 10.7)? Is er sinds de vorige keer iets veranderd, zoals een nieuwe kast ervoor of een nieuw ventilatierooster ernaast?
  4. 3Schoon? Maak de detectieopeningen (de gaatjes waardoor de lucht naar de sensor gaat) stofvrij met een droge borstel.
  5. 4Batterij? Controleer de batterijstatus. Vervang batterijen op tijd.
  6. 5Werkt hij? Doe een functiecontrole: test of het alarm afgaat (zie 10.11).
  7. 6Vervangingsdatum? Kijk of de melder nog niet te oud is. De sensor veroudert, dus na een aantal jaren moet de melder vervangen worden. Hoe lang hij mee mag, staat in de gebruiksaanwijzing. Ook als de alarmtest nog werkt, blijft hij over datum.
  8. Daarna: voor de klant
  9. 7Uitleg aan de klant. Leg met de gebruikshandleiding uit hoe de melder werkt en hoe hij hem schoon en werkend houdt.
  10. 8Handleiding overhandigen. Geef de gebruikshandleiding aan de gebruiker, zodat hij het later kan nalezen.
Wat vertel je de eigenaar over schoonmaken?
  • Houd de detectieopeningen vrij van stof. Gebruik een droge borstel.
  • Voor verder schoonmaken volg je de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Leg dat uit met de gebruikshandleiding erbij.
  • Houd vuil uit de buurt van de sensor. Verf, stof, rook, olie en roken binnenshuis vervuilen de sensor.

Oude melders. Een afgedankte melder of CO-stop is een klein elektrisch apparaat. Gooi hem niet bij het restafval. Je kunt hem als monteur terugnemen, of de klant levert hem in bij een inleverpunt voor kleine elektrische apparaten.

Let op

de BRL rekent het plaatsen van melders, het controleren van type en plaats, de functiecontrole en het nakijken van batterijstatus en vervaldatum tot de vakbekwaamheid van de monteur. Je moet dit dus kunnen laten zien.

Bron

BRL 6000-25 bijlage 1; Kleintje Gas §3.1.4.

10.11 Werkt hij?

Testen

Een melder heeft alleen zin als hij ook echt alarm geeft. Daarom hoort een functiecontrole bij elke controle van de melder: je test of het alarm echt afgaat. Neem dit mee bij het onderhoud van de cv-ketel.

Hoe test je? Volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de melder. Bedenk niet zelf een manier, maar lees de handleiding.

Onthoud

testen, batterij en vervangingsdatum horen bij elkaar. Alle drie controleer je bij het onderhoud, en alle drie leg je de eigenaar uit.

Wat vertel je de eigenaar over testen?
  • Hoe de melder getest wordt. Leg dat uit met de gebruikshandleiding erbij.
  • Dat hij de batterij tijdig vervangt.
  • Dat de melder een vervangingsdatum heeft. De sensor binnenin veroudert, dus na die datum moet er een nieuwe melder komen.
  • Waar de gebruiksaanwijzing ligt, zodat hij het kan nalezen.
Bron

BRL 6000-25 bijlage 1; Kleintje Gas §3.1.4.

10.12 Alarm

Wat moet de klant doen bij alarm?

Na het ophangen vertel je de klant wat hij moet doen als de melder afgaat. Hij moet dat weten voordat het nodig is.

Voorspel

De melder gaat af. Wat moet de bewoner als eerste doen?

Bij alarm:

  1. 1

    Breng jezelf en de andere bewoners direct in veiligheid.

  2. 2

    Zet ramen en deuren open.

  3. 3

    Ga meteen naar buiten, de frisse lucht in.

  4. 4

    Is iemand onwel? Bel dan direct 112.

  5. 5

    Blijft het alarm aanhouden? Waarschuw dan de brandweer of de GGD.

  6. 6

    Laat de oorzaak van het alarm zoeken.

Gestapelde bouw. Gaat de melder af terwijl het eigen toestel in orde lijkt, denk dan ook aan de buren (zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.8 en hoofdstuk 3, paragraaf 3.2).

Bron

Kleintje Gas §3.1.4.

10.13 Alles samen

Zo beoordeel je een situatie

In de praktijk en op het examen krijg je een situatie voorgelegd. Werk dan deze stappen af.

Voorbeeld. Je doet onderhoud aan een open toestel (type B11) in een keuken. Er hangt geen melder.

  1. 1

    Stap 1. Is er nu gevaar?

    Meet je CO in de ruimte of zie je een gevaarlijk gebrek? Dan eerst handelen volgens hoofdstuk 3 (noodplan in paragraaf 3.3, meetwaarde in 3.5). Een melder is geen oplossing voor een gebrek.

    Voorbeeld

    Het toestel is in orde, de CO-meting in de ruimte is goed.

  2. 2

    Stap 2. Moet ik een melder adviseren?

    Verplicht bij de drie gevallen uit 10.3:

    open of afvoerloos toestel zonder melder niet te bewijzen dat alles goed is CLV-systeem zonder geschiktheidsverklaring

    Bij een ander gastoestel raad je hem aan als extra maatregel.

    Leg in het rapport vast of je een melder hebt geadviseerd.

    Voorbeeld

    Toch moet je een melder adviseren, omdat het een open toestel is zonder melder.

    Je zet in het rapport dat je een melder hebt geadviseerd.

  3. 3

    Stap 3. Welk beschermingsniveau?

    Begin bij niveau 1 (primair): elke ruimte met een CO-bron, ook ruimten waar alleen de rookgasafvoer doorheen loopt. Wil de klant meer, dan niveau 2 (plus slaapkamers) of niveau 3 (plus elke verdieping en verblijfsruimten).

  4. 4

    Stap 4. Welke plek in de ruimte?

    • Eerst kijken wat de fabrikant van de melder voorschrijft. Dat gaat voor.
    • Bronruimte: hoog, zoals in figuur 10.2 en 10.3.
    • Slaapkamer: ademhoogte bij het bed. Woonkamer of werkkamer: zit- of loophoogte.
    • Geen ongeschikte plek (lijst in 10.7).
    Voorbeeld

    Je adviseert een melder in de keuken, maar niet boven de kookplaat of de gootsteen en niet bij de afzuigkap. Aan het plafond, 1 tot 3 m van het toestel.

  5. 5

    Stap 5. Hangt er al een melder?

    Controleer hem zoals bij het onderhoud (10.10) en zie de oefencasus hieronder. Is er iets mis, meld het de klant en adviseer verbeteren of vervangen.

  6. 6

    Stap 6. Klant informeren.

    Uitleg met de handleiding, handleiding overhandigen, uitleggen wat te doen bij alarm, hoe hij schoonmaakt en test.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.11, §5.2.15, §5.3 en bijlage 3; Kleintje Gas §3.1.4.

Hoofdstuk 10

Kort samengevat

Melder en CO-stop
  • Een melder geeft alarm; een CO-stop waarschuwt met licht en geluid, schakelt daarnaast het toestel uit en werkt op netstroom.
Adviseren
  • Bij een open of afvoerloos toestel zonder melder moet je een melder adviseren in de opstellingsruimte. Kun je niet bewijzen dat de installatie in orde is: melder plus nader onderzoek. Bij andere gastoestellen kun je hem aanraden als extra maatregel.
Niveaus
  • Niveau 1 = melder in elke ruimte met een CO-bron; niveau 2 = plus slaapkamers; niveau 3 = plus elke verdieping en verblijfsruimten. De niveaus stapelen.
  • De voorschriften van de fabrikant van de melder gaan voor het brandweeradvies.
De plek
  • Bronruimte: plafond 1 tot 3 m van de bron, midden, 30 cm van de muur; of muur 15 tot 80 cm onder het plafond en boven deuren en ramen; schuin plafond aan de hoge kant.
  • Slaapkamer op slaaphoogte, woon- of werkkamer op zit- of loophoogte.
  • Niet boven kookplaat of gootsteen, niet in natte ruimten, niet bij ramen, deuren, roosters of afzuiging, niet achter kasten of gordijnen, niet buiten.
Onderhoud
  • Bij onderhoud: type (melder voor woningen volgens EN 50291-1; EN 50291-2 is voor caravans en campers), plaats, stof (droge borstel), batterij, functietest en vervangingsdatum controleren; uitleg geven en handleiding overhandigen. Testen gaat volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant; leg dat uit met de handleiding erbij.
10.14 Oefencasus

Oefencasus: een melder die er al hangt

Lees eerst de situatie. Bedenk zelf de antwoorden en kijk daarna pas naar de uitwerking.

Situatie. Je doet onderhoud aan een open cv-ketel (type B) in een bijkeuken. De CO-meting in de ruimte is goed en aan de ketel vind je geen gebrek. Er hangt al een CO-melder. Hij ligt boven op een hoge kast, half weggezakt achter de rand, vlak naast de buitendeur. Op de achterkant staat een vervangingsdatum die een jaar geleden is verstreken. De gaatjes in de melder zitten vol stof.

Zoek de fout

Vraag 1. Wat klopt er niet?

Tik in de bijkeuken alles wat niet klopt. Tik daarna op Klaar.

0 aangetikt

Vraag 2. Wat zeg je tegen de eigenaar?

Bedenk eerst je eigen antwoord.

Vraag 3. Wat leg je vast?

Bedenk eerst je eigen antwoord.

Bron

BRL 6000-25 §5.2.15, bijlage 1 en bijlage 3; Kleintje Gas §3.1.4.

Hoofdstuk 10

Test jezelf

Na de casus nog vijf korte vragen. Kies of denk eerst zelf, dan zie je het antwoord met uitleg.

Oefenen Microgames bij hoofdstuk 10

Speel het na

Hang de melders op de juiste plek. De stof van dit hoofdstuk in een korte game uit de app; een game duurt een paar minuten.