Signaleren en melden van een onveilige situatie
Eindterm 4.4/7.5 - Stelt installatie in bedrijf en regelt in
Hoort bij vraagblok 3 (6 examenvragen uit 4 eindtermen).
Samenvatting lesstof
Voordat een gasverbrandingstoestel (Bs kleiner dan 130 kW) in bedrijf mag, doe je altijd eerst een visuele controle. Het Kleintje Gas (par. 1.5) onderscheidt twee situaties.
Bij de eerste inbedrijfstelling:
- controleer of er volgens tekening is gemonteerd en of de juiste onderdelen zijn gebruikt;
- beproef de leidinginstallatie op lekdichtheid;
- schakel de toestellen in en controleer of toestellen en regelingen goed werken;
- lever op: de eigenaar krijgt tekeningen, gebruikshandleidingen, onderhoudsinstructies, een controlelijst en het opleverings- en beproevingsrapport.
Na onderhoud of reparatie is genoeg: een visuele controle van de montage, een lekkagetest van aansluitingen die los zijn geweest, inschakelen en een functiecontrole.
Werk altijd volgens de actuele fabrikantsinstructies. Fabrikanten passen toestellen en instellingen tussentijds aan.
Let bij de visuele controle van de gasleiding ook op de markering: een gele leidingkleur in utiliteitsgebouwen, en geel lint boven leidingen in de grond.
Leerdoelen en oefenvragen
Stappen benoemen om individuele installaties (Bs < 130 kW) in bedrijf te stellen (visuele controle, checklist, fabrikantsinstructies).
Instellingen controleren bij het instellen, inregelen en in bedrijf stellen van het gasverbrandingstoestel (omvat ook testen CO-melder, ULO 9.3).