Signaleren en melden van een onveilige situatie
Eindterm 3.7 - Bepaalt/controleert of het ventilatiesysteem voldoet
Hoort bij vraagblok 2 (6 examenvragen uit 5 eindtermen).
Samenvatting lesstof
Bij ventilatie en verbrandingsluchttoevoer draait alles om de combinatie van twee dingen: het toesteltype en het ventilatiesysteem van de woning.
Eerst de toesteltypen:
- Type A: afvoerloos. Het toestel haalt lucht uit de ruimte, en ook het rookgas komt in die ruimte terecht.
- Type B: open, met rookgasafvoer. Lucht uit de ruimte, rookgas naar buiten. Een B11 heeft een trekonderbreker en natuurlijke afvoer. Een B22 of B23 heeft een ventilator en geen trekonderbreker.
- Type C: gesloten. Lucht van buiten en rookgas naar buiten, via een gesloten systeem.
Dan de vier ventilatiesystemen van de woning:
- Systeem A: natuurlijke toevoer en natuurlijke afvoer.
- Systeem B: mechanische toevoer, natuurlijke afvoer.
- Systeem C: natuurlijke toevoer, mechanische afvoer.
- Systeem D: mechanische toevoer en afvoer (gebalanceerd, vaak met warmteterugwinning).
Het Kleintje Gas werkt de eisen per combinatie uit in de tabellen 3.2 en 3.3. Die sluiten aan op NEN 3028:2022 (par. 6.5.2) en NEN 1087:2001 (h.5).
Leerdoelen en oefenvragen
Leerdoel 8
Het aanwezige ventilatiesysteem en verbrandingsluchttoevoersysteem beoordelen (ventilatiesysteem A/B/C/D per type toestel).
0/11 goed